Otto de Jong (antipest-coördinator KSG Wereldcollege): “Je hoeft het niet alleen te doen”

Zondag 19 april is het de Dag tegen Pesten. Een goed moment om stil te staan bij wat er écht speelt op school. Niet alleen op papier, maar gewoon in de praktijk. Otto de Jong werkt al 15 jaar op de KSG in Apeldoorn en weet precies hoe het eraan toegaat. Als docent, ontwikkelaar van World of Business, leerlingcoördinator en antipestcoördinator zit hij er middenin. “Ik praat veel en ik luister veel,” zegt hij. “Dat is eigenlijk de basis van alles wat ik doe.”

Van bedrijfsleven naar klaslokaal
Zijn loopbaan begon niet in het onderwijs. Otto studeerde marketingmanagement en economie en werkte jarenlang in het bedrijfsleven, waar hij zelfs directeur was. Toch begon het te knagen. “Ik had er geen plezier meer in,” vertelt hij. Wat wél energie gaf, was het begeleiden van jonge mensen. Dat bracht hem op een ander spoor. Hij besloot de opleiding tot docent Duits te volgen, met een duidelijke motivatie: “Ik heb zelf nooit een leuke docent Duits gehad. Ik dacht: dat kan anders.”

Nog tijdens zijn opleiding stond hij al voor de klas en wist hij: dit is het. Inmiddels geeft hij bijna geen Duits meer, maar richt hij zich op World of Business en zijn rol als leerlingcoördinator en antipestcoördinator

Ondernemen in de praktijk: World of Business
Met World of Business brengt Otto het bedrijfsleven de school in. Geen theorie om de theorie, maar gewoon doen. Leerlingen organiseren eerst samen een festival en starten daarna hun eigen onderneming. “Ze bedenken echt van alles,” vertelt hij. “Van honden uitlaten tot complete ideeën waar je zelf niet op zou komen.”

Ondertussen leren ze hoe kosten en opbrengsten werken, hoe je een marketingplan maakt en hoe je jezelf zichtbaar maakt op social media. “Als ik vraag waar ze reclame maken, zeggen ze: Instagram en Snapchat. Facebook is voor de oudjes,” zegt hij met een glimlach. Leerlingen kunnen zelfs startkapitaal lenen van school. “En dat moeten ze natuurlijk wel terugbetalen. Dan wordt het ineens echt.”

Wat doet een antipestcoördinator?
Naast ondernemerschap speelt veiligheid een grote rol in zijn werk. Als antipestcoördinator is Otto vaak degene die wordt ingeschakeld als situaties ingewikkelder worden. “Het begint vaak klein, maar kan snel groter worden,” legt hij uit. “Zeker met cyberpesten kan het hard gaan”.

Zijn aanpak is altijd hetzelfde: eerst luisteren, dan het gesprek aangaan. “Ik praat met degene die gepest wordt, met degene die pest en vaak ook samen.” Op de KSG hanteren wij de 5-sporen aanpak zoals dat in ons pestprotocol is vastgelegd.  Daarnaast geeft hij voorlichting in klassen, waarin hij laat zien wat pesten met iemand doet en wat de gevolgen kunnen zijn. Natuurlijk kan hij dat niet alleen en werkt nauw samen met de andere leerlingcoördinatoren en mentoren. 

Waarom dit onderwerp hem raakt
Dat onderwerp raakt hem persoonlijk. Otto werd vroeger zelf gepest en merkte pas later wat dat met hem had gedaan. “Ik wilde altijd de beste zijn, want dan word je gezien,” zegt hij. Die ervaring neemt hij mee in zijn werk, waarin hij leerlingen vooral wil laten voelen dat ze goed zijn zoals ze zijn. “Je hoeft jezelf niet te veranderen om erbij te horen.”

Volgens hem ligt de oorzaak van pestgedrag vaak bij onzekerheid. Leerlingen die stoer willen doen of hun plek zoeken, maar eigenlijk iets anders laten zien dan wat er echt speelt. Tegelijk ziet hij hoe dun de scheidslijn is tussen plagen en pesten. Plagen kan, zolang het met respect gebeurt, maar pesten gaat verder: het herhaalt zich en raakt iemand echt.

Daarom blijft hij hameren op het gesprek. “Als je echt de dialoog aangaat, kun je veel bereiken,” zegt hij. En juist in die gesprekken ziet hij hoe situaties kunnen kantelen en leerlingen elkaar ineens beter begrijpen.

Je hoeft het niet alleen te doen
Als hij één advies mag geven aan leerlingen die gepest worden, is het duidelijk: “Besef dat je niet alleen staat.” Veel leerlingen houden het te lang voor zichzelf, terwijl er altijd iemand is die wil luisteren. “Loop gewoon binnen,” zegt hij. “Je hoeft het niet alleen op te lossen.”

Wat hij nu anders doet dan 10 jaar geleden
In de afgelopen jaren is er volgens Otto veel veranderd in het onderwijs. Niet alleen bij leerlingen, maar ook bij hemzelf. “Tien jaar geleden zei ik: ga zitten en ga aan het werk, en dat gebeurde,” vertelt hij. “Dat werkt nu niet meer zo.”

Hij ziet dat het pedagogisch stuk steeds belangrijker is geworden. Leerlingen brengen meer mee de klas in, onder andere door social media en alles wat daar speelt. Dat vraagt om een andere aanpak. Minder sturen, meer begrijpen wat er achter gedrag zit.

“Je moet verder kijken dan wat je ziet,” zegt hij. Aannames maken doet hij bewust niet meer. “Iemand kan heel zelfverzekerd overkomen, maar van binnen kan er iets heel anders spelen.” Door meer te luisteren en minder snel te oordelen, krijgt hij sneller vertrouwen van leerlingen. En dat is precies wat nodig is.

Waarom hij blijft
Dat Otto nog steeds in het onderwijs werkt, is voor hem geen toeval. Hij weet dat hij in het bedrijfsleven meer zou kunnen verdienen, maar dat weegt niet op tegen wat hij hier terugkrijgt.

Hij vertelt over een oud-leerling die hij jaren geleden begeleidde. Een jongen die het op school lastig had, verkeerde keuzes maakte en regelmatig tegen grenzen aanliep. Otto bleef hem opzoeken, ook buiten de klas, ging in gesprek met hem en zijn moeder en bleef betrokken, juist op momenten dat het moeilijk werd.

Jaren later kreeg hij via LinkedIn een bericht. Diezelfde leerling had inmiddels zijn eigen bedrijf opgebouwd in de theaterwereld. “Hij zei: zonder u had ik hier niet gestaan,” vertelt Otto. Dat soort momenten blijven hangen.

“Daar doe je het voor.”

Tot slot
Op de KSG  draait het niet alleen om cijfers en diploma’s, maar ook om gezien worden en je veilig voelen. Otto vat het simpel samen: “Iedereen mag er zijn.” En precies daar begint het.