“Neon en de Veluwse Onderwijsgroep: meer regie op onderwijs en leermiddelen”

Oud-collega Thijs Risselada over Neon en waarom de Veluwse Onderwijsgroep kiest voor meer regie op leermiddelen 

De Veluwse Onderwijsgroep heeft zich aangesloten als oprichtingslid van Neon, het Nederlands Onderwijsinstituut bij het ontwikkelen van leermiddelen. Neon is een ontwikkeling die binnen onderwijsland veel aandacht krijgt. Want waar scholen jarenlang grotendeels afhankelijk waren van commerciële uitgevers, kiezen steeds meer onderwijsorganisaties nu voor een andere koers: samen ontwikkelen, meer invloed vanuit scholen zelf en meer regie op leermiddelen. 

Voor de Veluwse Onderwijsgroep draait de samenwerking met Neon niet alleen om nieuwe schoolboeken. De organisatie kiest bewust voor meer invloed op inhoud, kwaliteit, flexibiliteit en betaalbaarheid van leermiddelen. Tegelijkertijd wil de Veluwse Onderwijsgroep ruimte houden voor maatwerk, verschillende onderwijsvisies en de professionele keuzes van docenten. 

Door zich aan te sluiten bij Neon kiest de Veluwse Onderwijsgroep ervoor om samen met andere onderwijsorganisaties nieuwe leermiddelen te ontwikkelen die beter aansluiten op de dagelijkse onderwijspraktijk, de nieuwe landelijke kerndoelen, eindtermen én de behoeften van docenten en leerlingen. 

Tijd voor een interview met Thijs Risselada. Thijs werkte eerder als docent geschiedenis op het Christelijk Lyceum van de Veluwse Onderwijsgroep en is inmiddels auteur geschiedenis bij Neon, trainer bij de toetsrevolutie en docent geschiedenis bij ’t Atrium in Amersfoort. 

“De Veluwse Onderwijsgroep voelt nog steeds als thuis” 
Toen Thijs hoorde dat de Veluwse Onderwijsgroep zich aansloot bij Neon, was hij bijzonder blij met dat nieuws. 

 “De Veluwse Onderwijsgroep voelt nog steeds als de organisatie waar ik echt ben opgegroeid als docent. Ik heb daar een groot deel van mijn loopbaan gewerkt. Dus toen ik hoorde dat de Veluwse Onderwijsgroep zich aansloot bij Neon dacht ik vooral: wat mooi dat ik, ook al werk ik inmiddels ergens anders, op deze manier toch weer iets kan bijdragen.” 

Van lokaal naar landelijk onderwijs ontwikkelen 
Dat Thijs uiteindelijk bij Neon terechtkwam, begon vanuit nieuwsgierigheid naar onderwijsontwikkeling. 

“Ik sta inmiddels vijftien jaar voor de klas. Lesgeven blijft geweldig, maar ik merkte dat onderwijs ontwikkelen mij ook steeds meer trok. Toen ik de vacatures van Neon zag, dacht ik meteen: dit wil ik onderzoeken.” Die overstap betekende ook een andere manier van kijken naar onderwijs. “Normaal maak je materiaal voor je eigen leerlingen. Het idee dat je niet alleen meer schrijft voor je eigen klas, maar potentieel voor geschiedenisleerlingen in heel Nederland, vond ik meteen enorm interessant.” 

Volgens Thijs voelt het als een logische volgende stap binnen zijn passie voor onderwijs. “Je kijkt ineens veel breder naar hoe leerlingen leren, hoe methodes zijn opgebouwd en hoe je docenten beter kunt ondersteunen in hun lessen.” 

Waarom Neon is ontstaan 
Volgens Thijs raakt de opkomst aan een fundamentele vraag binnen het onderwijs: van wie zijn onze leermiddelen eigenlijk nog? “De meeste grote onderwijsuitgevers zijn commerciële bedrijven. Daar zitten aandeelhouders achter en uiteindelijk moet er winst gemaakt worden. Terwijl onderwijs juist draait om ontwikkeling, nieuwsgierigheid en leren.” Volgens hem heeft die commerciële structuur invloed op de manier waarop methodes worden ontwikkeld. 

“Onderwijsmateriaal zou volledig in dienst moeten staan van leerlingen en docenten. Niet van omzetdoelstellingen. Dat is precies waarom Neon is ontstaan: onderwijsorganisaties die samen zeggen dat het anders kan.” Neon werkt daarom als non-profit coöperatie. Schoolbesturen bouwen gezamenlijk aan nieuwe methodes, zonder winstoogmerk. “Dat maakt echt verschil,” zegt Thijs. “Want als winst niet centraal staat, kun je andere keuzes maken. Dan kun je investeren in kwaliteit, duurzaamheid en flexibiliteit.” 

Waarom kiest de Veluwse Onderwijsgroep voor Neon? 
Volgens Thijs sluit de keuze van de Veluwse Onderwijsgroep goed aan bij ontwikkelingen die op veel scholen spelen. “Docenten en scholen willen meer invloed op hun onderwijs en op de manier waarop lesmateriaal wordt ingezet. Dat hoor je op heel veel plekken terug.” 

De Veluwse Onderwijsgroep kiest hiermee volgens hem bewust voor meer regie op leermiddelen, meer flexibiliteit en duurzamere oplossingen. “Het mooie is dat scholen hier samen aan bouwen.  Omdat we met elkaar willen onderzoeken hoe onderwijs en leermiddelen beter kunnen aansluiten op wat leerlingen en docenten nodig hebben.” 

Daarbij blijven scholen volgens hem hun eigen identiteit en onderwijsvisie kunnen behouden. 

“De vrijheid van onderwijs blijft gewoon bestaan. Een school als het Christelijk Lyceum blijft zijn eigen keuzes maken vanuit de eigen visie en identiteit. Alleen wordt de inhoudelijke basis duidelijker omschreven.” 

Schoolboeken die na één jaar verdwijnen 
Een concreet voorbeeld van waarom verandering nodig is, ziet Thijs in de huidige schoolboekenmarkt. “Veel methodes werken inmiddels met wegwerpboeken. Werkboeken waar leerlingen in schrijven en die aan het einde van het schooljaar verdwijnen. Dat kost enorm veel geld én materiaal.” 

Volgens Thijs gaat het om grote bedragen. “We hebben het over publiek geld. Belastinggeld. Dan moet je jezelf ook afvragen: gebruiken we dat op de slimste manier?” 

Bij Neon wordt daarom anders gekeken naar leermiddelen. 

“Scholen kunnen straks kiezen voor stevige boeken die meerdere jaren meegaan. Maar ook voor printbare boekjes of digitale varianten. Je kunt veel flexibeler werken, afhankelijk van wat past bij jouw onderwijs.” 

Meer vrijheid voor docenten 
Een belangrijk verschil met traditionele methodes zit volgens Thijs vooral in de manier waarop docenten ermee kunnen werken. “Veel huidige methodes liggen behoorlijk vast. Natuurlijk kun je als docent dingen aanpassen, maar vaak werk je toch binnen de kaders van een uitgever.” 

Bij Neon bouwen ze daarom adaptieve methodes die docenten veel meer ruimte geven om onderwijs vorm te geven op een manier die past bij hun leerlingen en onderwijsvisie. Voor geschiedenis ontwikkelt hij samen met collega’s een complete methode voor vmbo, havo en vwo. Maar die methode blijft flexibel. 

“Een docent kan bijvoorbeeld eigen opdrachten toevoegen, accenten verleggen of materiaal delen met collega’s. Stel dat iemand in Apeldoorn een sterke opdracht ontwikkelt over de geschiedenis van de regio. Dan kun je die eenvoudig beschikbaar maken voor andere docenten.” 

Volgens hem zit daar juist de kracht van samenwerken. “In scholen zit enorm veel kennis en creativiteit. Alleen bleef dat vaak binnen de muren van één school of klaslokaal hangen.” 

Nieuwe kerndoelen vragen om nieuwe methodes 
De ontwikkeling van de nieuwe Neon -methodes sluit direct aan op de nieuwe landelijke kerndoelen die eraan komen. “De oude kerndoelen uit 2006 waren vrij algemeen geformuleerd,” legt Thijs uit. “Daardoor ontstonden er grote verschillen tussen scholen in wat leerlingen precies kregen aangeboden.” 

De nieuwe kerndoelen zijn volgens hem veel concreter. 

“Er staat duidelijker beschreven wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Dat geeft scholen en docenten meer houvast.” Volgens Thijs helpt dat scholen ook om bewustere keuzes te maken binnen hun onderwijs. 

Minder ‘het boek moet uit’ 
Volgens Thijs kunnen de nieuwe methodes ook helpen om een bekend probleem binnen het onderwijs te verminderen. “Veel docenten herkennen dat gevoel wel: het boek moet uit. Terwijl leerlingen soms eigenlijk meer tijd nodig hebben om stof echt goed te begrijpen.” Dat heeft volgens hem alles te maken met hoe methodes de afgelopen jaren zijn gegroeid. “Methodes werden steeds uitgebreider. Uitgevers wilden compleet zijn, zodat zij niet de 'dunste' methode zouden hebben. Maar daardoor ontstonden ook enorm volle programma’s.” En dat heeft gevolgen voor lessen. “Dan krijg je situaties waarin docenten denken: we moeten door, want anders halen we het niet. Terwijl goed onderwijs soms juist vraagt om vertragen, herhalen of verdiepen.” 

Bij Neon willen ze daar bewuster mee omgaan. 

“We maken veel duidelijker onderscheid tussen wat echt noodzakelijk is voor de kerndoelen en wat verrijking of verdieping is. Daardoor kunnen docenten makkelijker keuzes maken.” 

Meer ruimte voor maatwerk 
Volgens Thijs biedt dat ook meer ruimte voor maatwerk richting leerlingen. Niet iedere leerling heeft dezelfde voorkennis of dezelfde ondersteuning nodig.” Omdat docenten binnen Neon -methodes verschillende routes en werkvormen kunnen kiezen, ontstaat volgens hem meer flexibiliteit. “De ene docent werkt graag met expliciete directe instructie, een ander meer met formatief handelen en een derde meer met zelfstandig werken. Daar moet een methode ruimte voor bieden en docenten in ondersteunen.” 

Daarmee sluit het volgens hem beter aan bij hoe onderwijs in de praktijk werkt. 

Docenten kunnen nu al meedenken 
Hoewel de eerste volledige methodes pas vanaf schooljaar 2027-2028 beschikbaar komen, wordt er achter de schermen al volop ontwikkeld. “We bouwen nu echt vanaf de basis,” vertelt Thijs. “Nieuwe kerndoelen, nieuwe hoofdstukken, nieuwe opbouw.” Daarbij zoekt Neon nadrukkelijk samenwerking met docenten uit het primair en voortgezet onderwijs. Via het zogenoemde Neon -lerarenteam kunnen docenten testmateriaal bekijken, uitproberen en feedback geven. 

“Dat is ontzettend belangrijk,” zegt hij. “Want uiteindelijk schrijven we geen boeken voor de boekenplank. We schrijven voor docenten en leerlingen in het klaslokaal.” 

“Docenten krijgen weer meer controle” 
Waar hij persoonlijk het meest naar uitkijkt? “Dat leerlingen en docenten er straks echt mee gaan werken. Dat je gaat zien wat werkt, wat beter kan en hoe je samen steeds sterker onderwijs maakt.” Als hij de missie van Neon in één zin moet samenvatten, hoeft hij niet lang na te denken: 

“Dankzij Neon krijgen scholen en docenten weer meer controle over de boeken in het klaslokaal.” 

Meedenken met Neon? 
Neon zoekt docenten uit het primair en voortgezet onderwijs die willen meedenken over nieuwe leermiddelen en het testen van lesmateriaal. 

Meer informatie of aanmelden kan via: 
NEON Nederland