“Ik denk oprecht dat leerlingen in acht dagen Gambia soms meer leren dan in een heel schooljaar”

Aan het woord: Rob Stevelmans – sinds 1988 verbonden aan Christelijke scholengemeenschap De Heemgaard 

Wie met Rob Stevelmans in gesprek raakt, merkt al snel: dit is geen rector die boven de school zweeft. Dit is iemand die tussen de mensen staat. Al sinds de oprichting van De Heemgaard in 1988. Eerst als docent aardrijkskunde en Nederlands, later in verschillende rollen, en inmiddels alweer zeventien jaar rector. 

“Ze hebben me hier nooit weggestuurd,” zegt hij met een glimlach. “En elke keer kwam er weer iets op mijn pad dat paste bij wat ik kon en wilde.” 

Wat Rob drijft, is verbinding. “Ik geloof in gemeenschappen. In samen iets opbouwen. Dat past bij deze school.” 

Samen school zijn – geen slogan, maar dagelijkse praktijk
Volgens Rob zit het succes van De Heemgaard niet in snelle onderwijsvernieuwingen of grote woorden. “Het zit in samen school zijn. Dat voel je hier.” Vanaf dag één zitten leerlingen samen in één schoolgebouw. Geen losse afdelingen, geen eilandjes.
“Eén aula. Samen beginnen, samen vieren, samen afsluiten.” 

Ook docenten werken vanuit die gedachte.
“Vaksecties zitten bij elkaar. Dat versterkt de kwaliteit én de band.” Veel collega’s blijven lang. “Niet iedereen haalt hier zijn pensioen, maar veel mensen blijven omdat ze zich verbonden voelen.” 

Van lustrumactie tot “levenslang” partnerschap
Het Gambia-project begon niet groot, maar creatief. Heel creatief. “Bij ons eerste lustrum in 1993 wilden we niet alleen feestvieren,” vertelt Rob. “We wilden iets delen; wij een feestje, zij een feestje!” 

Leerlingen verkochten kleine speelgoed Trabantjes (zie foto). Elk autootje stond symbool voor een lotnummer. De opbrengst ging naar scholen in Oost-Europa.
“Dozen vol Trabantjes gingen door de school. Leerlingen verkochten ze thuis, in de buurt, aan familie.” 

Daarna volgden andere acties. “Bij elk lustrum bedachten we iets nieuws.” 

Bij het twintigjarig bestaan kwam Gambia in beeld. Leerlingen verkochten kaarten met foto’s van een kleuterschool daar. “Met die kaarten sponsorden we een klein kleuterschooltje. Dat was het begin.” 

Een jaar later ging Rob zelf kijken. “En toen wisten we: dit laten we niet meer los.” 

Elk jaar geld inzamelen – en altijd zelf verdienen
Sindsdien gaat De Heemgaard elk jaar met leerlingen naar Gambia. En elk jaar zamelen leerlingen geld in. De laatste jaren zeer succesvol met Zwemmen voor Gambia. Niet omdat het moet, maar omdat het erbij hoort. “Leerlingen moeten zelf uitleggen hoe ze hun geld bij elkaar krijgen, als ze mee naar Gambia willen” zegt Rob. “Dat is een harde eis.” 

Hoe ze dat doen? Op alle mogelijke manieren. 

  • Zwemmen voor Gambia: alle brugklassers zwemmen baantjes en zoeken sponsors bij familie, buren en vrienden.
  • Baantjes: werken in de supermarkt, oppassen, kranten lopen.
  • Crowdfunding: sommige leerlingen zetten zelf een online actie op.
  • Creatieve acties: van koekjes bakken tot klusjes doen. 

“Hoe je het doet, maakt ons niet uit,” zegt Rob. “Als je het maar zelf doet.” 

Kapitaalkrachtige ouders zijn geen argument. “Het gaat niet om geld hebben, maar om verantwoordelijkheid nemen.” 

Tasjes vol betekenis
Een van de meest indrukwekkende acties vond plaats bij het dertigjarig bestaan van De Heemgaard. “We hebben toen onze oranje Heemgaard-tasjes gebruikt,” vertelt Rob. “Met daarop de tekst: Together we can change the world.” 

Alle leerlingen van de school kregen de vraag het tasje te vullen. Met potloden, schriften, kleine cadeautjes, briefjes. “Voor álle kinderen daar. Ongeveer zevenhonderd.” 

De tasjes werden verscheept en in Gambia uitgedeeld. “Dat was zó bijzonder. Die tasjes kwamen niet van ‘de school’, maar van leerlingen naar leerlingen.” 

Proefkamperen in de aula
De reis zelf vraagt voorbereiding. Veel voorbereiding. “We oefenen zelfs het kamperen,” zegt Rob. “Gewoon hier. In de aula.” 

Lichten uit. Tentjes op. Hoofdlampjes aan. “Even voelen hoe het is als je niet alles bij de hand hebt ” 

Waarom dat nodig is? “Wij komen daar vaak ’s avonds aan. Donker en best spannend. Sommige leerlingen hebben bijvoorbeeld ook nog nooit gevlogen. Dan wil je dat ze dit gevoel al kennen.” 

Gesprekken met ouders over wat leerlingen mentaal tegen kunnen komen
Naast praktische zaken zijn er uitgebreide gesprekken met ouders. 

“We bespreken expliciet wat leerlingen mentaal tegen kunnen komen,” vertelt Rob. “Niet alleen de mooie momenten.” Leerlingen zien armoede, ongelijkheid, soms confrontaties die binnenkomen. “Daar moet je woorden aan geven. En ouders moeten weten hoe wij begeleiden.” 

Elke avond in Gambia is er een vast reflectiemoment. “Wat heb je gezien? Wat raakte je? Wat vond je moeilijk?” Na terugkomst volgt opnieuw een bijeenkomst. “Dan begint de verwerking pas echt.” 

Leerlingen komen anders terug
Rob hoort het elke keer weer van ouders: “Mijn kind is veranderd.” Leerlingen zijn bewuster, dankbaarder. Een leerling zei: “Het was raar om weer in Nederland in de bus te zitten. Niemand zei iets tegen elkaar.” 

Rob glimlacht.
“Dat zijn momenten waarop je weet: dit doet iets.” 

Meer leren in acht dagen dan in een heel schooljaar
“Ik denk echt dat sommige leerlingen in acht dagen Gambia meer leren dan in een heel schooljaar,” zegt Rob. 

Niet cognitief. Maar in menselijkheid. “Ze leren kijken. Luisteren. Relativeren.” 

De slogan Together we can change the world is voor De Heemgaard geen grote claim, maar dagelijkse praktijk.  

“Als iedereen zijn impact in zijn eigen omgeving vergroot, dan wordt de wereld vanzelf een beetje beter.” 

En straks?
Over een half jaar gaat Rob met pensioen.
“Ontkennende fase,” zegt hij lachend. 

Maar één ding is zeker:
“Dit project laat ik, als het kan en mag natuurlijk, niet los.”