
Alles draait om de leerling
“Als het goed is voor het kind, dan doen we het.”
Vraag Gerard Regeling waar zijn werk over gaat en het antwoord komt zonder aarzelen: over leerlingen. Niet over systemen of structuren, maar over wat een kind nodig heeft om te leren, te groeien en mee te kunnen doen in de wereld van nu. Dat uitgangspunt is leidend in alles wat hij doet.
Gerard is directeur van basisschool de Anne Frank in Apeldoorn (de school bestaat dit jaar 55 jaar!). Geen directeur-op-afstand, maar iemand die bewust midden in de praktijk staat. In de school, in de klas, in gesprek met kinderen en leerkrachten. Altijd met dezelfde vraag op zak: wat levert dit op voor de leerling?
Gerards is groot aanhanger van de methode Continuous Improvement en dat begon in de praktijk. Hij merkte dat losse interventies weinig opleverden, terwijl structureel kijken naar leren wél werkte: wat doen we, waarom doen we dat en wat levert het op? Tijdens studiereizen en professionaliseringstrajecten, onder andere in Canada en de Verenigde Staten, zag hij hoe krachtig het is als leerlingen zelf zicht krijgen op hun leren. Die aanpak zorgde op eerdere scholen voor meer eigenaarschap, betere resultaten en een cultuur waarin samen verbeteren normaal is. Op de Anne Frank past dit naadloos: niet als methode, maar als manier van werken, met de leerling centraal.
Ik ben gewoon een onderwijsmens
Gerard werkt bijna vijf jaar op de Anne Frank school. Daarvoor deed hij zo ongeveer alles wat je in het primair onderwijs kunt doen. Hij stond zo’n twintig jaar voor de klas, in vrijwel alle groepen, werkte als intern begeleider, ondersteunde scholen binnen samenwerkingsverbanden en hield zich op stichtingsniveau bezig met onderwijskwaliteit.
Directeur worden was geen langgekoesterde ambitie.
“Ik riep altijd: dat ga ik niet doen. Tot iemand zei: probeer het gewoon. En dat heb ik gedaan.”
Wat hem typeert is, zijn energie. Hij praat over onderwijs alsof het gisteren begonnen is. Met nieuwsgierigheid, overtuiging en de drive om te blijven verbeteren.
En buiten school?
Wie denkt dat Gerard na schooltijd het onderwijs loslaat, heeft het mis.
“Mijn werk ís eigenlijk mijn hobby,” zegt hij met een glimlach. “Thuis hoor ik ook weleens: ben je nou alweer met school bezig?”
Toch is er één moment waarop hij echt loskomt. Als het weer het toelaat, stapt hij op de fiets. Geen wedstrijd, geen prestatiedrang, gewoon fietsen.
“Dat helpt om mijn hoofd leeg te maken. En daarna denk ik vaak weer: oké, hoe kunnen we het morgen nét iets beter doen?”
Een school waar de lat hoog ligt
De Anne Frank staat in een wijk waar de lat hoog ligt. Ouders zijn betrokken, verwachtingen zijn duidelijk en resultaten doen ertoe.
“De inspectie kijkt hier scherp naar opbrengsten en die zijn gewoon goed.”
Maar cijfers zijn nooit het doel op zich.
“We zijn een cultuurschool, doen veel met creativiteit en techniek én werken heel bewust aan basisvaardigheden[LB1] . Niet als losse projecten, maar geïntegreerd in alles wat we doen.”
En zo doen we dat in de praktijk
In elke klas hangen leerdoelen duidelijk in beeld. Leerlingen weten wat ze leren, waarom ze dat leren en hoe ze kunnen zien of ze vooruitgaan.
“We noemen dat een datamuur. Kinderen kleuren zelf hun voortgang in. Niet om te vergelijken, maar om eigenaarschap te ontwikkelen.”
Elke week is er een groepsvergadering, van groep 1 tot en met groep 8. Die wordt geleid door een leerling.
“Wat ging goed? Wat kan beter? Wat verwachten we van elkaar en van de leerkracht?”
Met pluspunten en verbeterpunten, de zogenoemde delta’s, leren kinderen feedback geven, luisteren, doelen stellen en afspraken maken.
“Dit is burgerschap in de praktijk. Democratie in het klein. En het kost geen extra tijd, het ís het onderwijs.”
Basisvaardigheden als samenhangend geheel
Op de Anne Frankschool zien we basisvaardigheden niet als losse vakken, maar als één geheel. Lezen, burgerschap en digitale geletterdheid grijpen in elkaar en versterken elkaar elke dag opnieuw. Zo begint begrijpend lezen bij leesmotivatie. Want hoe belangrijk lezen ook is, het werkt pas echt als kinderen er zin in hebben. Met subsidie voor basisvaardigheden en in samenwerking met CODA is daarom een volwaardige schoolbibliotheek ingericht, met meer dan 2.000 boeken. Geen leesdwang en geen verplichte verslagen, maar ruimte voor nieuwsgierigheid en plezier. Leerkrachten geven hierin het voorbeeld: ze lezen zelf, delen hun enthousiasme en creëren ontspannen leesmomenten. Lezen moet iets zijn wat je wílt doen.
Ook burgerschap leeft in de dagelijkse praktijk. Niet als methode, maar in gedrag, gesprekken en gezamenlijke verantwoordelijkheid. In de klas leren kinderen hoe je samen een gemeenschap vormt, bijvoorbeeld tijdens de wekelijkse groepsvergaderingen. Daar oefenen ze met luisteren, meepraten en verantwoordelijkheid nemen voor elkaar.
Digitale geletterdheid is daarbij een vast onderdeel van de basis. Kinderen leren omgaan met media, data, computational thinking en AI. Niet alleen hoe het werkt, maar vooral hoe je kritisch blijft: klopt wat ik zie, lees of hoor? In de bovenbouw maken leerlingen voorzichtig kennis met AI-tools. Ze leren goede vragen stellen, antwoorden checken en begrijpen dat AI kan helpen, maar dat zij zelf verantwoordelijk blijven.
Die ontwikkeling stopt niet bij de leerlingen. Binnen de Veluwse Onderwijsgroep werd voor alle medewerkers in het basisonderwijs een praktische AI-training georganiseerd. Geen technische verdieping voor een kleine groep, maar een toegankelijke training voor iedereen. Niet de tool stond centraal, maar het denken erachter: goede vragen stellen, context meegeven en kritisch blijven op de uitkomst. Dat zorgde voor herkenning én vertrouwen. Collega’s gingen naar huis met het gevoel dat AI geen doel op zich is, maar een hulpmiddel dat kan ondersteunen bij goed onderwijs.
De leerling loopt soms voor – en dat is oké
Volgens Gerard hoeft een leerkracht niet altijd boven de stof te staan.
“Bij digitale geletterdheid verandert alles zo snel dat leerlingen soms verder zijn. Dat is niet erg. We leren samen.”
Binnen het team is duidelijk wie waar staat. Collega’s leren van elkaar, krijgen begeleiding in de klas en volgen gerichte workshops.
“Wat je vandaag leert, is morgen alweer ingehaald. En dat is prima.”
Wanneer is zijn dag geslaagd?
“Als kinderen trots zijn op hun school.”
Bij open dagen leiden leerlingen ouders zelf rond, zonder script.
“Als ouders daarna zeggen: je ziet hoe trots ze zijn, dan weet ik dat we het goed doen.”
Of als een kind zegt: “Er is naar mij geluisterd.”
“Dan klopt het.”
Tot slot
Gerard gelooft in aandacht, hoge verwachtingen en blijven verbeteren. Niet vanuit systemen, maar vanuit mensen.
“Alles wat we doen, doen we met één vraag voor ogen: wat is het beste voor deze leerling?”
Binnen de Veluwse Onderwijsgroep werken we dagelijks aan sterke basisvaardigheden: lezen, schrijven, rekenen, burgerschap en digitale vaardigheden. Dat is niet alleen een landelijke opdracht vanuit de overheid, maar vooral een bewuste keuze. Want met een stevige basis krijgen leerlingen meer kansen, nu en later. Heeft u een vraag? Mail dan onze projectleiders: c.scholtens@veluwseonderwijsgroep.nl en m.meereboer@veluwseonderwijsgroep.nl.