UGO-directeur Tijmen Zoet is blij met zijn school en leerlingen: “Ik geniet intens van hun oprechtheid”  

Anderhalf jaar staat hij nu aan het roer van vmbo-school UGO. Maar de 50-jarige Tijmen Zoet is al langer betrokken bij de Apeldoornse middelbare school: als kwartiermaker legde hij, samen met bevlogen teamleiders, de basis voor het huidige onderwijsconcept. “Ik wil recht doen aan wie de leerlingen zijn en waar ze naartoe willen.”  

Zijn werkkamer op de begane grond kijkt uit op het schoolplein: de plek waar jongeren samenkomen om te chillen, de laatste nieuwtjes met elkaar uitwisselen en de school in- en uitlopen. Binnenkort zal het hier een stuk stiller zijn. 

Verhuizing 

Dat heeft niet alleen te maken met de op handen zijnde zomervakantie: er staat een verhuizing op stapel. En wat voor één. In plaats van een tochtje naar de school aan de Waleweingaarde, zetten zo’n 550 leerlingen na de zomervakantie koers naar de Prinses Beatrixlaan. Daar waar eerder Veluws College Cortenbosch huisde, vinden zij straks hun nieuwe plek. “Het gaat om eerste- en tweedejaars scholieren van UGO die nu nog de brede oriëntatie volgen en derde- en vierdejaars studenten die voor het profiel dienstverlening & producten hebben gekozen”, zegt Tijmen. 

“We zijn al een hele poos druk met de voorbereidingen”, vertelt hij. Dat is ook niet zo gek, want de verhuizing is meer dan alleen een logistieke operatie. Meest in het oog springende verandering is het werken met domeinpleinen. “Lesgeven op de traditionele manier, klassikaal voor een hele groep, is achterhaald”, beredeneert hij. ” De motivatie is een stuk minder. Maar ook het leerrendement – dus de mate waarin leerlingen de lesstof beheersen en toepassen – ligt lager. Uit recent onderzoek van de overheid blijkt dat meer zelfregie goed is voor motivatie en leerrendement. (link)”

“Onze leerlingen zijn oprecht, eerlijk en direct”  

Waardevol  

Tijd voor verandering dus. “De traditionele leslokalen hebben plaatsgemaakt voor domeinruimtes”, legt Tijmen uit. “In die domeinen vind je vaste lesruimtes, zelfstandige werkplekken én een centrale ruimte. Zo kunnen we binnen de leergebieden, zoals ‘Talen’, veel beter differentiëren.” Oftewel: een leerlinge die fantastisch is in Nederlands, kan voor dat vak prima een zelfstandige werkplek opzoeken. Heeft ze nog wat hulp nodig bij Engels? Dan haakt ze aan bij de instructie in de vaste lesruimte. Tenminste, dat is de bedoeling. “Het is voor leerlingen een nieuwe manier van werken, maar ook voor docenten. We gaan komend schooljaar met elkaar ontdekken wat goed gaat en wat beter kan.”  

De nieuwe werkwijze sluit perfect aan bij wat UGO voor ogen heeft: aansluiten bij wat individuele leerlingen nodig hebben. “Weet je wat ik zo mooi vind aan deze jongeren?’, zegt Tijmen. “Ze zijn oprecht, eerlijk en direct. Daar geniet ik intens van. Het is – over het algemeen – duidelijk wat ze willen en nodig hebben. En ze zijn onwijs waardevol, want deze groep leerlingen hebben we het hardst nodig in onze maatschappij.” 

Leren door te doen  

Om ze op die taak voor te bereiden, werken we er met ze naartoe dat ze binnen én buiten de schoolmuren geregeld met praktijksituaties voor allerlei werkvelden oefenen. “Waar onze andere vmbo-school, UDO, zich specifiek op zorg & welzijn en techniek richt, volg je bij ons de richting dienstverlening en producten. Je hebt veel tijd om te verkennen wat écht bij je past: zie jij jezelf al als fotograaf de mooiste plaatjes schieten? Gaat jouw hart sneller kloppen van werken in de horeca? Of kies je liever toch voor een baan in de ICT?”  

De profielen binnen UDO en UGO mogen dan wel verschillen, de aanpak is voor beide scholen hetzelfde. “Het gaat er vooral om dat onze leerlingen leren door te doen. Dan zijn ze gemotiveerder én leren ze beter. We hebben bijvoorbeeld projectweken, waarbij ze alles zelf moeten doen. Werken met een echte opdrachtgever, zelf een product bedenken, verkopen en reclame maken”, somt hij op.” 

“Het is heel fijn dat de scholen zo dicht bij elkaar staan”  

Loopafstand  

Over UDO gesproken: de verhuizing van ‘zus’ UGO heeft naast de nieuwe domeinpleinen nog een groot voordeel: de gebouwen zitten straks op loopafstand van elkaar. “Dat is ook één van de gedachten achter de verhuizing”, verklapt hij. “Het is heel fijn dat de scholen straks zo dicht bij elkaar staan. Want leerlingen van UDO moeten weleens naar UGO en andersom. Ook voor de docenten is het fijner: nu moeten ze voor de lessen beroepsoriëntatie regelmatig heen en weer tussen de locaties.” 

Een andere verandering, waar de leerlingen waarschijnlijk minder blij mee zullen zijn, is de introductie van een zone voor mobiele telefoons. “Een soort ‘thuis of in de kluis’-principe. Op dit moment werken we nog met telefoontassen, maar op de nieuwe locatie mogen de mobieltjes niet meer mee de klas in. Dat zal even wennen zijn”.  

Van betekenis zijn  

Het zijn mooie ontwikkelingen in de roerige periode die de school de afgelopen twee jaar beleefde. “Het was onrustig”, erkent Tijmen. “Daar hebben we meteen zo goed mogelijk op geacteerd, bijvoorbeeld met de inzet van extra toezicht en een schoolpedagoog. En nog steeds heeft het onze aandacht. Elke dag. We willen dat elk kind zich hier fijn voelt.”  

Hij predikt het niet alleen, hij staat ook naast de leerlingen. Letterlijk. “Ik loop in de pauze regelmatig de gang op. Even met de leerlingen ouwehoeren”, grapt hij. “Ik hoop ook dat de jongeren en collega’s me zo zien: open en toegankelijk. Ik heb toevallig een directeursbordje op mijn deur, maar niemand hoeft te twijfelen om bij me naar binnen te stappen. Ik doe dit werk ten diepste om van betekenis te zijn voor de leerlingen. En dat ik dat mag doen met een fantastisch team, waarbij we elke keer opnieuw van elkaar leren, maakt mijn werk ontzettend leuk.”