Moeder Ellen en zoon Tom werken allebei op het Christelijk Lyceum: “We zijn een echte onderwijsfamilie”

Hij wilde eigenlijk helemaal geen docent worden. Toch staat de 26-jarige Tom Steunenberg al zo’n vijf jaar met veel plezier voor de klas. Even verderop is er regelmatig nóg een Steunenberg aan het werk. Want waar Tom zijn leerlingen alles bijbrengt over biologie en NDG, heeft moeder Ellen (56) als technisch onderwijsassistent een andere grote liefde: scheikunde. Hoe is het om samen op één school te werken?

Op de vraag óf ze mee wilden werken aan dit artikel, kwam al snel een antwoord: ja! “Dat we samen op één school werken, vind ik bijzonder”, vertelt Tom. En hoe leuk is het dan om dit verhaal over een jaar of dertig nog eens terug te lezen?” Ellen knikt. “Ik ben niet iemand die erg op de voorgrond treedt, maar dacht: wanneer doe je zoiets nou samen?”

‘Stomme leraren’

Als je Tom pakweg tien jaar geleden had verteld dat hij docent zou worden, had hij je waarschijnlijk hard uitgelachen. “Ik zat van 2009 tot 2014 hier op school”, vertelt hij. “En ik was een typische puber: school was stom, leraren waren stom. Op dat moment wilde ik echt geen docent worden.” Forensic Science leek ‘m wel wat. “Maar ik kwam er al gauw achter dat het niet zo was zoals op tv”, merkt hij droog op. “We zaten veel in het laboratorium. Ik heb het een half jaar volgehouden. Daarna ben ik gestopt.”

“Op een gegeven moment dacht ik: waarom ook niet?”

“Met Kerst woonde hij weer thuis”, lacht Ellen. “Ik dacht: prima, maar je gaat wel wat doen.” Dat doet hij: hij vult zijn tijd als shiftleider bij de Albert Heijn en gaat aan de slag bij de Apenheul. Ondertussen probeert hij voor zichzelf uit te vogelen welke studierichting er bij hem past. “Ik realiseerde me dat ik het leuk vind om met jongeren bezig te zijn, dat ik mensen graag iets bijbreng en dat biologie me boeit. Uiteraard had ik ook een idee van wat mijn ouders doen.”

Onderwijsfamilie 

Want niet alleen Ellen werkt in het onderwijs, Toms vader ook. “Hij gaf economie en is nu teamleider”, vertelt Ellen. Ook Toms opa’s, Ellens vader en schoonvader, weten hoe het is om les te geven. “Mijn vader gaf wiskunde en handel, mijn schoonvader zat in het techniekonderwijs”, legt Ellen uit. “We zijn dus een echte onderwijsfamilie.”

Tom besluit om zijn familie achterna te gaan en zijn tweedegraads onderwijsbevoegdheid te halen. “Voor mijn LIO-stage kwam ik bij het Lyceum uit. Want ondanks dat ik in mijn eigen middelbare schoolperiode school en leraren stom vond, was de sfeer op deze school heel fijn. Na die stage dacht ik zelfs: ooit lijkt het me mooi om hier te gaan werken.”

Dat moment komt sneller dan gedacht. “Ik raakte toevallig in gesprek met een van mijn collega’s, die vertelde dat ze bij biologie nog wat uren ingevuld moesten hebben”, zegt Ellen. “Toen zei ik: ik weet wel iemand. Ik wil het hem best vragen, maar ga me er verder niet mee bemoeien.”

Werk en privé scheiden

“Van tevoren vroeg ik mijn moeder: wat vind jij ervan als ik hier kom?”, gaat Tom verder. “Mijn kabinet zit naast het lokaal waar Tom lesgeeft”, reageert Ellen. “Maar we hebben een andere functie en een ander vak. Dat maakt dat ik het prima vind. We komen elkaar ook niet de hele tijd tegen. Heel af en toe stemmen we iets af over een privé-aangelegenheid. Bijvoorbeeld hoe laat hij ergens is als we een gezamenlijke afspraak hebben. Daar zou je elkaar anders voor appen.”

Want hoe leuk het ook is om op dezelfde school te werken, ze willen werk en privé zoveel mogelijk gescheiden houden. “Ik hang niet aan de grote klok dat ik zijn moeder ben. Zeker niet naar leerlingen toe. Ik hecht veel waarde aan integriteit: ik wil niet dat leerlingen zich anders gedragen of denken dat we in onze vrije tijd alles met elkaar bespreken.”

Dat niet alle leerlingen én docenten van hun familieband weten, levert af en toe komische situaties op. “Laatst was er een docent die van niks wist”, vertelt Ellen. “Op het moment dat ik het vertelde, keek hij me echt aan: huh? En ik vang weleens wat van leerlingen op over Tom als ik door de school loop. Dan lach ik inwendig even.”

 “Als ik zijn stem hoor, voel ik trots opborrelen”

“En wat dacht je van die periode dat we samen coronacoördinator waren? Het enige dat we samen hebben gedaan”, voegt Tom toe. “Toen zorgden we dat leerlingen en docenten testmateriaal kregen. Daarvoor moesten we een mail versturen. Maar wat zet je er dan onder in zo’n mail naar leerlingen? Want hier spreken ze docenten aan met de achternaam, maar technisch onderwijsassistenten mag je bij de voornaam noemen.” “Het werd dus meneer Steunenberg en Ellen”, lacht Ellen.

Trots

Meneer Steunenberg en Ellen. Ooit allebei middelbare scholier op het Lyceum, nu allebei vol energie werkend op de school die ze zo’n warm hart toedragen. “Ik ben nog elke dag enthousiast over mijn werk en wat het me geeft. Het maakt me blij om leerlingen op weg te helpen en bij te dragen aan een vrolijkere dag – ook als je practica moeilijk vindt. Voor Tom ben ik heel blij dat hij iets gevonden heeft dat bij hem past.  Als ik z’n stem hoor tijdens het lesgeven, voel ik toch trots opborrelen. Dan denk ik terug aan die jongen in havo 5, die niet zoveel met school had. Als ik zie hoeveel energie en inzet hij nu toont…Het is een gezellige, gevoelige jongen die een mooie band met zijn leerlingen opbouwt.”

“Jij bent een lieve, hardwerkende vrouw die zichzelf vaak wegcijfert”, ziet Tom. “Altijd alles voor de volle honderd procent.” Hij boft met zo’n moeder én collega, beseft Tom. “Ik heb sowieso een leuk team met collega’s. Ik geniet iedere dag van de mensen om me heen.”