Docente Fleur (29) heeft haar plek gevonden op UDO: “Ik wil onze leerlingen zelfvertrouwen meegeven”

Ze maakte even een uitstapje als docent verpleegkunde in het mbo, maar miste de reuring van een middelbare school. Dus toen ze hoorde dat er ruimte was op UDO, twijfelde ze geen moment en solliciteerde ze. Nu, na een jaar volop lesgeven, weet Fleur het zeker: het was de juiste keuze. “Ik heb het gevoel dat ik verschil kan maken.”

Kok, pedicure, helpende in de zorg of kapster: kies je op UDO voor de richting zorg & welzijn, dan kun je alle kanten op. Eén van de docenten die je daar tegenkomt, is de 29-jarige Fleur Francois. Sinds september geeft ze les als docent gezondheidszorg en welzijn, voornamelijk aan derde- en vierdeklassers die vmbo-basis of -kaderonderwijs volgen.

Reuring

Ze mag dan pas sinds afgelopen schooljaar voor UDO werken: helemaal nieuw is de plek niet. Sterker nog: ze liep al twee keer eerder in hetzelfde gebouw rond. “Ik heb verschillende stages van de lerarenopleiding op Sprengeloo gedaan”, vertelt ze. Na het afronden van die studie gaat ze aan de slag als docent verpleegkundige op het mbo. “Dat was mijn droombaan”, vertelt Fleur. “Op die manier kon ik mijn twee passies, verpleegkunde én docent zijn, combineren.

Toch kriebelt het. Want hoe leuk die droombaan ook is, ze mist iets. “Ik miste de reuring, de doelgroep aan wie ik hier op school lesgeef. Het mbo is heel anders.” Ze neemt contact op met haar voormalige stagebegeleider en hoort zo van de vacature als docent gezondheidszorg en welzijn. “In mijn vorige baan was ik één van de vijftig verpleegkundigen. Nu ben ik, binnen ons team, de verpleegkundige én zorgexpert.”

“We hebben een supermooi zorg- en welzijnsplein in de school”

In de praktijk

Dagelijks maakt ze haar leerlingen – voornamelijk meiden – wegwijs in de wereld van zorg. “Ik leer ze bijvoorbeeld hoe je iemand die verlamd is, uit bed haalt. Of hoe je iemands bloeddruk meet.” Tijdens haar lessen maakt Fleur geregeld gebruik van het zorg & welzijnsplein in de school, dat vele faciliteiten kent. “Een supermooi plein”, zegt ze trots. “Laatst was er een verwendag voor de vrijwilligers van De Kap”, gaat ze verder. “Daarbij kregen ze eerst een behandeling in onze schoonheidssalon. Daarna stond er in ons restaurant een heerlijke high tea klaar. In ons docententeam ben ik namelijk niet de enige specialist: mijn collega’s zijn onder andere kok, kapster en pedicure. Een fantastisch team”, zegt ze enthousiast.

Naast de praktijklessen op school, zoeken ze regelmatig de samenwerking op met partners buiten school. “Onder andere met zorgorganisatie Klein Geluk”, vertelt Fleur. “Dat zit hier dichtbij. Leerlingen mogen dan op een woongroep allerlei activiteiten begeleiden.”

Goed communiceren

Het is goed, vindt Fleur, dat leerlingen op deze praktijkgerichte manier kennismaken met hun mogelijke toekomst. “Sommige leerlingen vinden het empathische aspect van het werken in de zorg best lastig”, weet ze. “Hoe je écht goed communiceert. Daarom oefenen we regelmatig met gesprekstechnieken. En af en toe doen we een rollenspel: stel dat je achter de balie van een revalidatiecentrum werkt en je ziet dat iemand voor je neervalt: wat doe je dan? Blijf je staan of kom je in actie? En hoe voer je eigenlijk een goed gesprek aan de balie?

“Soms fungeer ik als grote zus”

Verschil maken

Dat ze een belangrijke schakel is in het leerproces van de kinderen, beseft Fleur maar al te goed. “Ik ben heel dankbaar voor de verbinding die ik met mijn leerlingen heb”, zegt ze. “Ik zie ze elke dag. Door de band die we hebben, heb ik het gevoel dat ik daadwerkelijk een verschil voor ze kan maken. Een poosje geleden kwam er een leerlinge naar me toe: ‘Ik ben mijn anticonceptiepil vergeten, maar ik heb onveilige seks gehad. Wat moet ik doen?’ Op dat soort momenten fungeer ik als een grote zus. Ik ben trouwens zelf ook open: ik weet namelijk dat iets beter blijft hangen wanneer ik iets van mijn eigen ervaringen deel.”

Zelfvertrouwen

Oprechte verbinding maken én hun zelfvertrouwen een boost geven, dat is wat Fleur belangrijk vindt. “De jongeren die ik lesgeef, realiseren zich vaak maar al te goed hoeveel vooroordelen er over het vmbo zijn. Soms, als ik een moeilijke vraag stel, maken ze er weleens gekscherend een grapje over: ‘Dat weten we niet hoor, zo slim zijn we niet’, zeggen ze dan.”

“Daarom hoop ik ze – naast kennis – vooral zelfvertrouwen mee te geven. Dat brengt je superver in het leven. Als je weet dat je er mag zijn, ga je makkelijker de verbinding met anderen aan en durf je vragen te stellen. Daar kom je een heel eind mee.”