Directeur Piet Oosting van Veluws College Twello in z’n nopjes met nieuw vak SCW: “Ik ben heel blij met mijn cluppie mensen”

SCW, oftewel Sport, Cultuur en Wetenschap. Zo heet het vak dat sinds dit schooljaar op het lesprogramma van het Veluws College Twello staat. Tijdens deze lessen krijgen leerlingen geen wiskunde, Nederlands of Engels, maar gaan ze aan de slag met thema’s zoals duurzaamheid, de liefde en de Olympische Spelen.

Hij is maar wat trots op ‘zijn’ school, die 22 november jongstleden een spetterende open dag beleefde. “We hoopten op veel belangstelling”, zegt Piet. Die wens werd ingewilligd. En hoé: zo’n duizend kinderen en ouders bezochten de knusse school, dicht bij het station van Twello.

Leven in de brouwerij

Daar, in de aula, kregen brugklassers in spé alvast een voorproefje van het nieuwe vak Sport, Cultuur en Wetenschap. Sportievelingen leefden zich uit met allerlei sportactiviteiten, terwijl cultuurliefhebbers konden kijken en luisteren naar een presentatie van de theatergroep.

“Als je merkt hoe tevreden bezoekers zijn, word je daar heel blij van”

En de Einsteins-in-wording? Die zagen met eigen ogen hoe autootjes zich op waterstof voortbewogen. “Als je merkt dat Twello en omgeving ‘aangaat’ op je school en hoort hoe tevreden bezoekers zijn, word je daar heel blij van”, zegt de bevlogen directeur.

Andere boeg

Want spannend is het wel, het presenteren van zo’n nieuw vak binnen je huidige onderwijscurriculum. “Projectonderwijs – waar SCW onder valt – is niet nieuw voor ons”, legt hij uit. “In 2017 hadden eerste- en tweedeklassers al projectweken. Zo’n drie à vier per jaar. Maar we zagen dat het teveel van de kinderen vroeg om het allemaal in één week te doen.”

En dus besluiten ze het over een andere boeg te gooien. Ze verweven het projectonderwijs voor het eerste en tweede leerjaar in het onderwijsaanbod en introduceren keuzevakken. “Leerlingen konden destijds kiezen uit sport+, theater+, multimedia+ en onderzoek & design.” Het is geen doorslaand succes: driekwart kiest voor sport, het overige kwart kiest voor theater.

“Waar staan we over tien jaar en welk aanbod hoort daarbij?”

Onderwijs ontwikkelen

In de coronaperiode die volgt, nemen Piet en zijn team het onderwijsaanbod nog eens goed onder de loep. “Ik vroeg het team: wie wil er meedenken over onze missie en visie? Waar staan we over tien jaar en welk onderscheidend aanbod hoort daarbij?”

Het is het startschot voor de ontwikkeling van Sport, Cultuur en Wetenschap: een vorm van projectonderwijs waarbij leerlingen vakoverstijgend aan de slag gaan met verschillende

thema’s. “We hebben marktonderzoek laten uitvoeren onder basisscholen, leerkrachten, ouders en onze eigen brugklassers en docenten”, legt Piet uit. “Daaruit bleek dat de term ‘plusvak’ of ‘projectonderwijs’ niet zoveel zegt. Vandaar dat we voor Sport, Cultuur en Wetenschap hebben gekozen. Dat spreekt nieuwe leerlingen meer aan.”

Ruimte geven

Maar hoe ziet dat Sport, Cultuur en Wetenschap er in de praktijk dan uit? “Elke leerling volgt in de brugklas vier vaste modules op het gebied van Sport, Cultuur en Wetenschap. In de tweede klas kies je uit verschillende modules. Zo hebben we in leerjaar 1 bijvoorbeeld het thema ‘Ode aan’ en komt in leerjaar 2 ‘Lang leve de liefde’ aan bod. In het derde jaar maak je een gerichte keuze: of Sport, of Cultuur, of Wetenschap.”

“We willen niets liever dan kinderen goed voorbereiden op de volgende stappen in hun leven”

“We zijn nu bezig met de ontwikkeling van leerjaar 1 en 2”, gaat hij verder. “Twee onderwijsontwikkelaars en één van onze teamleiders nemen hierin het voortouw en begeleiden onze dertig docenten. Elke dinsdag, van drie tot vijf uur ’s middags, werken ze aan de invulling van de modules. Ook tijdens studiedagen maken we hier ruimte voor. ”

Teamprestatie

Dat het wat extra’s vraagt van zijn collega’s, blijft bij Piet niet onopgemerkt. “Ze werken keihard”, zegt hij. “Het bouwen van die modules kost veel energie. Daarbij vraagt het ook een andere manier van werken. Docenten zijn gewend om kennis over te dragen, maar bij SCW staan vaardigheden meer centraal. We rekenen leerlingen niet af op een cijfertje, maar kijken naar hun ontwikkeling.

Tegelijkertijd zie ik wat het mijn team doet. Het enthousiasme om de modules die ze als vakgroepen met elkaar bedenken. Ik ben heel blij met mijn cluppie mensen. Zonder hen krijg je zoiets nooit

van de grond. Het is echt een teamprestatie. ”En zo doen ze, samen, waar ze goed in zijn: “We zijn een kleinschalige school, waar alle kinderen worden gezien. Met een hecht onderwijsteam, dat niets liever wil dan de kinderen goed voorbereiden op de volgende stappen in hun leven.”