Conferentie Brederwijs: veelzijdiger, persoonlijker en praktischer onderwijs

Hoe ziet de ideale school eruit? Als je echt even mag dromen? En hoe gaan we dit vervolgens concreet maken? Deze vragen stonden onder andere centraal tijdens ons eerste Brederwijs congres op 7 maart in Apeldoorn. Dat het onderwijs veelzijdiger moet worden, is duidelijk. En als Veluwse Onderwijsgroep, met tien scholen voor voortgezet onderwijs en zestien basisscholen, hebben we de unieke mogelijkheid om dit ook écht voor elkaar te krijgen.

 

Waarom Brederwijs?
In het basisonderwijs zien we allerlei verschillende onderwijsvormen op onze scholen: van Jenaplan tot Dalton en Montessori. Maar in het voortgezet onderwijs komen deze, of andere onderwijsvormen, nauwelijks terug. “Waarom is dit zo?” vraagt Bestuursvoorzitter van de Veluwse Onderwijsgroep, Patrick Eckringa zich af in de opening van de conferentie. Hij doet een oproep tot naïviteit om onbevangen nieuwe mogelijkheden te kunnen ontdekken. “Kijk naar het onderwijs met de naïviteit dat alles mogelijk is. Daarna geeft hij het woord aan directiesecretaris Marc Brakenhoff die zich hier, binnen de projectgroep Brederwijs, uitgebreid in heeft verdiept. “Jullie zien het ongetwijfeld ook: de nieuwe generatie kinderen en jongeren zijn niet meer op zoek naar een vaste baan. Zij willen zelf gaan ondernemen. Daarnaast zijn ze veel meer gericht op samen zijn en hebben ze veel oog voor duurzaamheid. Bij deze generatie hoort ander onderwijs; veelzijdiger, persoonlijker en veel praktischer. Hiermee zijn we aan de slag gegaan”, vertelt hij. “Tel hier het lerarentekort bij op en de noodzaak dat er iets moet veranderen wordt nog duidelijker. Door veelzijdiger en passender onderwijs te bieden, worden we namelijk ook een aantrekkelijke werkgever.”

Tien bouwstenen
Om deze nieuwe koers wat praktischer te maken, hebben we verschillende onderwijsvormen en -concepten verdeeld over tien bouwstenen. Meer uitleg over deze bouwstenen lees je in het kader hieronder. Met de bouwstenen willen we een sterk fundament bouwen voor het onderwijs in 2030. In de Sportfoyer gaat iedereen al snel rondom de tien statafels staan waar elke bouwsteen wordt besproken.

Praktijkgericht en persoonlijker onderwijs
De discussies komen meteen op gang. “Ik zie veel in het idee om veel meer praktische vaardigheden aan te gaan leren, in plaats van vooral de focus op de theorie. Dat komt bijvoorbeeld terug in de bouwstenen Profielschool, Vakcollege en Beroepscollege. Ook denk ik dat het belangrijk is dat scholen niet alleen onderling de samenwerking zoeken, maar ook met de gemeente en het bedrijfsleven”, reageert David Beij, relatiemanager Economische Zaken bij de gemeente Apeldoorn. “Het voortgezet onderwijs in Apeldoorn is heel traditioneel en elke leerling moet daarin zien te passen”, vertelt Charlotte Snorn.

College Tour
Het veelzijdige congres wordt afgesloten met een klapper: een interactief gesprek à la College Tour met Henk Hagoort (voorzitter van de VO-raad) en Henk ten Berge (wethouder Onderwijs bij de gemeente Apeldoorn). Er ontstaat een levendige discussie wanneer Henk Hagoort zijn droom deelt waarin leerlingen van elk niveau in de onderbouw van het voortgezet onderwijs bij elkaar in de klas zitten. Henk ten Berge: “Segregatie is niet alleen een probleem in de echt grote steden. Ook hier in Apeldoorn hebben we er in toenemende mate mee te maken. Daarom zijn inclusief onderwijs en kansengelijkheid speerpunten van ons als gemeente.”

Bekijk ook het videoverslag van deze middag:

De 10 bouwstenen in het kort:

Campus:
Een mini-maatschappij voor leerlingen van 0 tot 18 jaar. Een plek waar sport, cultuur, gezondheid, ISK en maatschappelijke partijen samenkomen. Er is veel ruimte voor stages.

Profielschool:
Een profielschool legt de nadruk op één specifiek element. Zoals sport, cultuur of wetenschap, DAMU (dans en muziek) of entreprenasium (ondernemend leren). Dit profiel komt overal terug in het onderwijs. 

Beroepscollege:
Hier leer je op alle niveaus (van praktijkonderwijs tot het vwo) door te dóen. Door allerlei soorten praktijkgerichte aanpakken krijgen leerlingen de ruimte om te ontdekken waar ze goed in zijn en wat bij ze past. Er wordt veel samengewerkt met bedrijven en instellingen. 

Vakcollege:
Het vakcollege staat voor het arbeidsmarktrelevant opleiden van vmbo’ers. Al vanaf het eerste leerjaar krijgen leerlingen 10-12 uur praktijkles per week.

Traditionele vernieuwingsschool:
Voorbeelden van traditionele vernieuwingsscholen zijn Dalton, Jenaplan en Montessori. Er is veel aandacht voor onafhankelijkheid, zelfontplooiing en vertrouwen. Leerling kunnen hun eigen taken en tempo kiezen en werken aan individuele ontwikkelingsdoelen. Er is veel aandacht voor reflectie op het leren en het sociaal functioneren. 

ISK instroompunt:
Dit is een school voor anderstalige leerlingen van 12 tot 18 jaar die de Nederlandse taal moeten leren. De focus ligt vooral op het taalonderwijs en het doel is dat leerlingen zo snel mogelijk doorstromen naar een reguliere school.

Onderbouwschool:
Een kleinschalige school, midden in de wijk. Het aanbod is breed en er zijn heterogene klassen. Er wordt samengewerkt met basisscholen uit de wijk zodat de overstap van po naar vo zo laagdrempelig mogelijk is.

Vernieuwingsschool Agora:
Bij deze school volgt elke leerling een eigen leerroute en wordt er veel samengewerkt met andere leerlingen. In een groep van maximaal 18 personen worden de leerlingen begeleid door een coach. Dit zijn heterogene groepen die de samenleving weerspiegelen. Leren gebeurt zowel binnen als buiten de school. 

Vernieuwingsschool tienercollege:
Op het tienercollege zitten leerlingen van 0 tot 18 jaar. Leerlingen kunnen niet blijven zitten en op ieder moment in- of uitstromen. Po en vo leerkrachten werken nauw samen en je kunt hier een vmbo basis tot en met vwo diploma halen. Er wordt zoveel mogelijk in vak- en groepsoverstijgende projecten gewerkt. 

Conventionele school:
De meeste lessen gaan in op een bepaald vak, zoals biologie, scheikunde of Nederlands. Lesmethoden zijn traditioneel. Beoordeling en voortgang is gebaseerd op gestandaardiseerde toetsen en examens. Leerlingen volgen een vast rooster volgens een vastgesteld tijdschema.