Leerlingen 1ha Walterbosch bezoeken technisch totaalaanbieder Hamer

Op dinsdag 18 juni hadden de leerlingen van klas 1ha van de Walterbosch school in Apeldoorn een bijzondere dag. Ze brachten een bezoek aan Hamer, een toonaangevend technisch bedrijf dat deel uitmaakt van de FOJA Groep. Dit bezoek maakte deel uit van een leerzaam project waarbij de leerlingen, die vakken als Informatica, Kunst en Techniek hebben gekozen, drie verschillende bedrijven bezoeken om meer te leren over de praktische toepassingen van hun studies.

Onder begeleiding van Danika Streppel, praktijkcoördinator bij Hamer, kregen de 20 leerlingen van docent Informatica Marjolein Bosveld-Vermeij een uitgebreide rondleiding door het bedrijf. Tijdens deze rondleiding leerden de leerlingen over de diverse activiteiten van Hamer. Het bedrijf is onder andere gespecialiseerd in borstel- en sprinklerinstallaties en het ontwerpen en onderhouden van technische installaties voor datacenters, cruciaal voor onze dagelijkse communicatie via apps.

Danika legde uit hoe breed het veld van techniek is, met toepassingen in lampen, airco’s, ventilatiesystemen, telefoons en stopcontacten. Ze benadrukte dat techniek overal om ons heen is en een essentieel onderdeel vormt van ons dagelijks leven. Een bijzonder moment tijdens de rondleiding was toen Danika vroeg wie van de leerlingen ouders had die elektrisch rijden; vijf handen gingen omhoog. Dit leidde tot een discussie over de toekomst van fossiele brandstoffen en de rol van Hamer in de ontwikkeling van ‘future fuels’ en de installatie van laadpalen.

Hamer heeft ook een eigen automotive afdeling, wat de interesse van de leerlingen wekte. De combinatie van traditionele technische installaties en innovatieve oplossingen voor elektrisch rijden gaf de leerlingen een goed beeld van hoe veelzijdig de technische sector is.

De leerlingen waren onder de indruk van de grootte van het bedrijf en de diversiteit aan werkzaamheden. Het bezoek was niet alleen leerzaam, maar inspireerde hen ook om na te denken over een toekomst in de techniek.

Docente Fleur (29) heeft haar plek gevonden op UDO: “Ik wil onze leerlingen zelfvertrouwen meegeven”

Ze maakte even een uitstapje als docent verpleegkunde in het mbo, maar miste de reuring van een middelbare school. Dus toen ze hoorde dat er ruimte was op UDO, twijfelde ze geen moment en solliciteerde ze. Nu, na een jaar volop lesgeven, weet Fleur het zeker: het was de juiste keuze. “Ik heb het gevoel dat ik verschil kan maken.”

Kok, pedicure, helpende in de zorg of kapster: kies je op UDO voor de richting zorg & welzijn, dan kun je alle kanten op. Eén van de docenten die je daar tegenkomt, is de 29-jarige Fleur Francois. Sinds september geeft ze les als docent gezondheidszorg en welzijn, voornamelijk aan derde- en vierdeklassers die vmbo-basis of -kaderonderwijs volgen.

Reuring

Ze mag dan pas sinds afgelopen schooljaar voor UDO werken: helemaal nieuw is de plek niet. Sterker nog: ze liep al twee keer eerder in hetzelfde gebouw rond. “Ik heb verschillende stages van de lerarenopleiding op Sprengeloo gedaan”, vertelt ze. Na het afronden van die studie gaat ze aan de slag als docent verpleegkundige op het mbo. “Dat was mijn droombaan”, vertelt Fleur. “Op die manier kon ik mijn twee passies, verpleegkunde én docent zijn, combineren.

Toch kriebelt het. Want hoe leuk die droombaan ook is, ze mist iets. “Ik miste de reuring, de doelgroep aan wie ik hier op school lesgeef. Het mbo is heel anders.” Ze neemt contact op met haar voormalige stagebegeleider en hoort zo van de vacature als docent gezondheidszorg en welzijn. “In mijn vorige baan was ik één van de vijftig verpleegkundigen. Nu ben ik, binnen ons team, de verpleegkundige én zorgexpert.”

“We hebben een supermooi zorg- en welzijnsplein in de school”

In de praktijk

Dagelijks maakt ze haar leerlingen – voornamelijk meiden – wegwijs in de wereld van zorg. “Ik leer ze bijvoorbeeld hoe je iemand die verlamd is, uit bed haalt. Of hoe je iemands bloeddruk meet.” Tijdens haar lessen maakt Fleur geregeld gebruik van het zorg & welzijnsplein in de school, dat vele faciliteiten kent. “Een supermooi plein”, zegt ze trots. “Laatst was er een verwendag voor de vrijwilligers van De Kap”, gaat ze verder. “Daarbij kregen ze eerst een behandeling in onze schoonheidssalon. Daarna stond er in ons restaurant een heerlijke high tea klaar. In ons docententeam ben ik namelijk niet de enige specialist: mijn collega’s zijn onder andere kok, kapster en pedicure. Een fantastisch team”, zegt ze enthousiast.

Naast de praktijklessen op school, zoeken ze regelmatig de samenwerking op met partners buiten school. “Onder andere met zorgorganisatie Klein Geluk”, vertelt Fleur. “Dat zit hier dichtbij. Leerlingen mogen dan op een woongroep allerlei activiteiten begeleiden.”

Goed communiceren

Het is goed, vindt Fleur, dat leerlingen op deze praktijkgerichte manier kennismaken met hun mogelijke toekomst. “Sommige leerlingen vinden het empathische aspect van het werken in de zorg best lastig”, weet ze. “Hoe je écht goed communiceert. Daarom oefenen we regelmatig met gesprekstechnieken. En af en toe doen we een rollenspel: stel dat je achter de balie van een revalidatiecentrum werkt en je ziet dat iemand voor je neervalt: wat doe je dan? Blijf je staan of kom je in actie? En hoe voer je eigenlijk een goed gesprek aan de balie?

“Soms fungeer ik als grote zus”

Verschil maken

Dat ze een belangrijke schakel is in het leerproces van de kinderen, beseft Fleur maar al te goed. “Ik ben heel dankbaar voor de verbinding die ik met mijn leerlingen heb”, zegt ze. “Ik zie ze elke dag. Door de band die we hebben, heb ik het gevoel dat ik daadwerkelijk een verschil voor ze kan maken. Een poosje geleden kwam er een leerlinge naar me toe: ‘Ik ben mijn anticonceptiepil vergeten, maar ik heb onveilige seks gehad. Wat moet ik doen?’ Op dat soort momenten fungeer ik als een grote zus. Ik ben trouwens zelf ook open: ik weet namelijk dat iets beter blijft hangen wanneer ik iets van mijn eigen ervaringen deel.”

Zelfvertrouwen

Oprechte verbinding maken én hun zelfvertrouwen een boost geven, dat is wat Fleur belangrijk vindt. “De jongeren die ik lesgeef, realiseren zich vaak maar al te goed hoeveel vooroordelen er over het vmbo zijn. Soms, als ik een moeilijke vraag stel, maken ze er weleens gekscherend een grapje over: ‘Dat weten we niet hoor, zo slim zijn we niet’, zeggen ze dan.”

“Daarom hoop ik ze – naast kennis – vooral zelfvertrouwen mee te geven. Dat brengt je superver in het leven. Als je weet dat je er mag zijn, ga je makkelijker de verbinding met anderen aan en durf je vragen te stellen. Daar kom je een heel eind mee.”

 

Ervaren leerkrachten Lisa en Linda begeleiden startende collega’s: “We willen starters in hun kracht zetten én houden”

Een rugzak vol kennis en ervaring, een luisterend oor en een veilige haven: Linda Balster (43) en Lisa Beijl (46) bieden het allemaal. Als coach voor startende leerkrachten begeleiden ze hun vakgenoten drie jaar lang in de wondere wereld van het onderwijs en alles wat daarbij komt kijken. “Bij ons mag je vertellen wat je voelt en vindt.”

De jaren dat ze zelf voor het eerst voor de klas stonden, zijn al even geleden. Want zowel Lisa als Linda werken al ruim twintig jaar in het basisonderwijs. De één op de Hertog van Gelre, de ander op de Zonnewende. Wat ze ook gemeen hebben, is dat ze allebei studenten begeleiden. “Ik van het Saxion in Deventer, Lisa van de Katholieke Pabo in Zwolle”, vertelt Linda.

Als ze, inmiddels al wat jaren geleden, horen dat er binnen de Veluwse Onderwijsgroep een werkgroep begeleiding startende leerkrachten wordt opgezet, weten ze één ding zeker: daar willen ze bij.

Gemist

De werkgroep neemt geen halve maatregelen. Zo gaan onder meer enquêtes de deur uit, vinden er gesprekken met HR plaats en doen de leden uitgebreid literatuuronderzoek. Alles met het doel om antwoord te vinden op de vraag: wat heeft een startende leerkracht nodig? En wat kan de Veluwse Onderwijsgroep hen bieden? Dat er ‘iets’ nodig is, leidt geen twijfel. Uit dat onderzoek bleek dat het onderwijs de eerste vijf jaar meer dan 30% uitvallers kent”, zegt Linda.

“Wie ben ik, waar sta ik en wat heb ik nodig?”

“Ik ben mijn loopbaan in Utrecht begonnen”, vertelt Lisa. “Destijds heb ik een vorm van begeleiding wel gemist. Als starter ga je maar door. Terwijl het juist zo goed is om bewuste momenten in het jaar te plannen en je af te vragen: wie ben ik, waar sta ik en wat heb ik nodig?”

Gesprekken

En dat is precies wat Linda en Lisa sinds drie jaar doen: momenten inplannen en in gesprek gaan met nieuwkomers. “We krijgen vanuit HR elke keer een lijstje met nieuwe namen. Linda en ik coachen er nu allebei twintig”, legt Lisa uit. Die coaching bestaat gemiddeld uit drie individuele gesprekken per jaar, drie jaar lang. Daarnaast zijn er – dit jaar – twee workshopmiddagen waarbij de hele groep samenkomt.

“Het is interessant en fijn om verdiepende gesprekken te hebben en samen te sparren. Zo stappen ze even uit de waan van de dag”, weet Lisa. “Bij ons mag je vertellen wat je voelt en vindt”, vult Linda aan. Ze benadrukt dat wat besproken wordt, binnenskamers blijft. “Wat ze vertellen, blijft hier.” Starters van hun eigen school coachen ze niet. “Als er eentje van mijn school komt, begeleidt Lisa hem of haar. En andersom. We willen ze de ruimte geven om helemaal vrijuit te praten.”

Uitdagingen

Want het is nogal wat: als kersverse schoolverlater of zij-instromer ineens je eigen klas runnen. “Er komt zoveel op je af”, weet Lisa. “Niet alleen het lesgeven zelf, maar ook alles wat daarbij komt kijken. Het werkethos in het onderwijs is hoog, maar de werkdruk ook.”

“Sommigen hebben het gevoel altijd aan te moeten staan”

“We bespreken onder meer hoe je rust kunt vinden in je werk. Sommige leerkrachten hebben namelijk het gevoel dat ze altijd ‘aan’ moeten staan. Ouders kunnen je tenslotte via Parro elk moment van de dag bereiken. En de berichten die je ontvangt, kunnen soms best beladen zijn.

Ook andere uitdagingen komen in de gesprekken naar voren. “Driekwart van de leerkrachten die we coachen, komt net van school. Iedereen heeft z’n eigen verhaal. Een zij-instromer met werkervaring bij een bedrijf heeft een ander vertrekpunt dan een starter die aan zijn of haar eerste baan begint.”

Welbevinden

Wat iemands verhaal ook is, Linda en Lisa luisteren. “Zonder oordeel. Wat goed gaat, proberen we te versterken. Bijvoorbeeld door te vragen: hoe was dit een half jaar geleden voor je? Dan beseffen ze vaak hoe ze gegroeid zijn. Die ontwikkeling is mooi om te zien: in het begin gaat het vooral om het lesgeven zelf. Dan verwijzen we ze met bepaalde vragen naar een IB’ er (intern begeleider) of andere expert. Of we stellen ze gerust: wat je nu ervaart, hoort bij de eerste jaren. In het derde jaar zie je dat ze steeds meer op hun plek zitten”, zegt Linda.

En dat is waar het uiteindelijk om draait: het welbevinden van hun nieuwe collega’s. “Daar dragen we aan bij, net als hun directe collega’s, directeur en IB’ers. Met veel plezier, want ik vind het mooi dat ik met mijn kennis en ervaring collega’s op de werkvloer – in de volle breedte van de Veluwse Onderwijsgroep – mag coachen.” “Ik zie het coachen van deze collega’s als een verdieping voor mezelf”, vult Lisa aan. “En ik ben blij dat me deze kans is geboden. Het is fijn om samen met starters na te denken en te sparren over hun start in het onderwijs.”

Moeder Ellen en zoon Tom werken allebei op het Christelijk Lyceum: “We zijn een echte onderwijsfamilie”

Hij wilde eigenlijk helemaal geen docent worden. Toch staat de 26-jarige Tom Steunenberg al zo’n vijf jaar met veel plezier voor de klas. Even verderop is er regelmatig nóg een Steunenberg aan het werk. Want waar Tom zijn leerlingen alles bijbrengt over biologie en NDG, heeft moeder Ellen (56) als technisch onderwijsassistent een andere grote liefde: scheikunde. Hoe is het om samen op één school te werken?

Op de vraag óf ze mee wilden werken aan dit artikel, kwam al snel een antwoord: ja! “Dat we samen op één school werken, vind ik bijzonder”, vertelt Tom. En hoe leuk is het dan om dit verhaal over een jaar of dertig nog eens terug te lezen?” Ellen knikt. “Ik ben niet iemand die erg op de voorgrond treedt, maar dacht: wanneer doe je zoiets nou samen?”

‘Stomme leraren’

Als je Tom pakweg tien jaar geleden had verteld dat hij docent zou worden, had hij je waarschijnlijk hard uitgelachen. “Ik zat van 2009 tot 2014 hier op school”, vertelt hij. “En ik was een typische puber: school was stom, leraren waren stom. Op dat moment wilde ik echt geen docent worden.” Forensic Science leek ‘m wel wat. “Maar ik kwam er al gauw achter dat het niet zo was zoals op tv”, merkt hij droog op. “We zaten veel in het laboratorium. Ik heb het een half jaar volgehouden. Daarna ben ik gestopt.”

“Op een gegeven moment dacht ik: waarom ook niet?”

“Met Kerst woonde hij weer thuis”, lacht Ellen. “Ik dacht: prima, maar je gaat wel wat doen.” Dat doet hij: hij vult zijn tijd als shiftleider bij de Albert Heijn en gaat aan de slag bij de Apenheul. Ondertussen probeert hij voor zichzelf uit te vogelen welke studierichting er bij hem past. “Ik realiseerde me dat ik het leuk vind om met jongeren bezig te zijn, dat ik mensen graag iets bijbreng en dat biologie me boeit. Uiteraard had ik ook een idee van wat mijn ouders doen.”

Onderwijsfamilie 

Want niet alleen Ellen werkt in het onderwijs, Toms vader ook. “Hij gaf economie en is nu teamleider”, vertelt Ellen. Ook Toms opa’s, Ellens vader en schoonvader, weten hoe het is om les te geven. “Mijn vader gaf wiskunde en handel, mijn schoonvader zat in het techniekonderwijs”, legt Ellen uit. “We zijn dus een echte onderwijsfamilie.”

Tom besluit om zijn familie achterna te gaan en zijn tweedegraads onderwijsbevoegdheid te halen. “Voor mijn LIO-stage kwam ik bij het Lyceum uit. Want ondanks dat ik in mijn eigen middelbare schoolperiode school en leraren stom vond, was de sfeer op deze school heel fijn. Na die stage dacht ik zelfs: ooit lijkt het me mooi om hier te gaan werken.”

Dat moment komt sneller dan gedacht. “Ik raakte toevallig in gesprek met een van mijn collega’s, die vertelde dat ze bij biologie nog wat uren ingevuld moesten hebben”, zegt Ellen. “Toen zei ik: ik weet wel iemand. Ik wil het hem best vragen, maar ga me er verder niet mee bemoeien.”

Werk en privé scheiden

“Van tevoren vroeg ik mijn moeder: wat vind jij ervan als ik hier kom?”, gaat Tom verder. “Mijn kabinet zit naast het lokaal waar Tom lesgeeft”, reageert Ellen. “Maar we hebben een andere functie en een ander vak. Dat maakt dat ik het prima vind. We komen elkaar ook niet de hele tijd tegen. Heel af en toe stemmen we iets af over een privé-aangelegenheid. Bijvoorbeeld hoe laat hij ergens is als we een gezamenlijke afspraak hebben. Daar zou je elkaar anders voor appen.”

Want hoe leuk het ook is om op dezelfde school te werken, ze willen werk en privé zoveel mogelijk gescheiden houden. “Ik hang niet aan de grote klok dat ik zijn moeder ben. Zeker niet naar leerlingen toe. Ik hecht veel waarde aan integriteit: ik wil niet dat leerlingen zich anders gedragen of denken dat we in onze vrije tijd alles met elkaar bespreken.”

Dat niet alle leerlingen én docenten van hun familieband weten, levert af en toe komische situaties op. “Laatst was er een docent die van niks wist”, vertelt Ellen. “Op het moment dat ik het vertelde, keek hij me echt aan: huh? En ik vang weleens wat van leerlingen op over Tom als ik door de school loop. Dan lach ik inwendig even.”

 “Als ik zijn stem hoor, voel ik trots opborrelen”

“En wat dacht je van die periode dat we samen coronacoördinator waren? Het enige dat we samen hebben gedaan”, voegt Tom toe. “Toen zorgden we dat leerlingen en docenten testmateriaal kregen. Daarvoor moesten we een mail versturen. Maar wat zet je er dan onder in zo’n mail naar leerlingen? Want hier spreken ze docenten aan met de achternaam, maar technisch onderwijsassistenten mag je bij de voornaam noemen.” “Het werd dus meneer Steunenberg en Ellen”, lacht Ellen.

Trots

Meneer Steunenberg en Ellen. Ooit allebei middelbare scholier op het Lyceum, nu allebei vol energie werkend op de school die ze zo’n warm hart toedragen. “Ik ben nog elke dag enthousiast over mijn werk en wat het me geeft. Het maakt me blij om leerlingen op weg te helpen en bij te dragen aan een vrolijkere dag – ook als je practica moeilijk vindt. Voor Tom ben ik heel blij dat hij iets gevonden heeft dat bij hem past.  Als ik z’n stem hoor tijdens het lesgeven, voel ik toch trots opborrelen. Dan denk ik terug aan die jongen in havo 5, die niet zoveel met school had. Als ik zie hoeveel energie en inzet hij nu toont…Het is een gezellige, gevoelige jongen die een mooie band met zijn leerlingen opbouwt.”

“Jij bent een lieve, hardwerkende vrouw die zichzelf vaak wegcijfert”, ziet Tom. “Altijd alles voor de volle honderd procent.” Hij boft met zo’n moeder én collega, beseft Tom. “Ik heb sowieso een leuk team met collega’s. Ik geniet iedere dag van de mensen om me heen.”

Formatief handelen toepassen in je lessen: hoe doe je dat? Thijs Risselada weet raad

Geschiedenis en maatschappijleer hebben z’n hart, maar onderwijsvernieuwing ook. Dus staat docent geschiedenis en maatschappijleer Thijs Risselada niet alleen voor de klas, maar traint hij ook docenten om met formatief handelen hun lessen te verbeteren. De gouden tip: “Geef  jezelf de tijd om het eigen te maken.”

Tot augustus 2023 had Thijs (38) eigenlijk drie banen: docent geschiedenis en maatschappijleer, coördinator van havo-5 én zzp-er bij coöperatie Toetsrevolutie. Inmiddels zien zijn weken er iets evenwichtiger uit: maandag, dinsdag en woensdag geeft hij les aan leerlingen op het Christelijk Lyceum, de donderdag en vrijdag zijn gereserveerd voor Toetsrevolutie.

Beter inspelen

Ik sta nu zo’n tien jaar voor de klas”, vertelt Thijs. “Voor mij is het één van de mooiste dingen die je kunt doen: het leven van mensen positief beïnvloeden.” Tijdens die afgelopen tien jaar – in 2017 om precies te zijn – deed zijn school een pilot formatief handelen, die later de naam Bewust! havo kreeg. “Dat ging over het leerproces van kinderen: hoe weet je waar ze staan? En hoe maak je het zichtbaar?”

Die pilot plant een zaadje voor een stap die hij een paar jaar later neemt: zich aansluiten bij Toetsrevolutie. Een coöperatie die zich bezighoudt met nascholing op het gebied van formatief handelen. “Ik geniet ervan om met onderwijsinhoud bezig te zijn. Formatief handelen is alles wat je in een les doet om beter in te spelen op waar jouw leerlingen staan en waar ze naartoe gaan. Leren werkt tenslotte het beste in een veilige leeromgeving. Wist je dat verreweg de meeste mensen – van kleuters tot bejaarden – slechter presteren als ze weten dat ze beoordeeld worden?”

Strategieën

Maar hoe werkt dat dan, dat formatief handelen? “Er zijn drie strategieën. De basis van alles is het herhaaldelijk  terughalen: de oermoeder van het leren. Laatst scoorden mijn leerlingen uit havo 5 gemiddeld een 7,7 voor hun schoolexamen maatschappijleer. Een mooie score. Toen ik hen vroeg wat we moesten blijven doen omdat het zo goed ging, antwoordde een leerling: herhaaldelijk terughalen. Zo verplaats je de informatie van het kortetermijn- naar het langetermijngeheugen.”

Heel ingewikkeld hoeft dat overigens niet te zijn: “Ik maak bijvoorbeeld een terughaalschema in Powerpoint, met negen vragen over iets dat we eerder hebben besproken. Tijdens de les vraag ik de leerlingen in te vullen wat ze nog weten. Door erover na te denken, het op te schrijven en vervolgens klassikaal te bespreken – er is altijd wel iemand die het nog weet – stimuleer je het leren.”

“Je kunt wel uitleggen hoe een goede infographic eruit ziet, maar je kunt het beter visueel maken”

De kernstrategie van formatief handelen is zichtbaar maken waar leerlingen op vastlopen en dat met ze bespreken. “In havo 5 zie ik dat veel kinderen de blokkade van Berlijn en de bouw van de Berlijnse muur door elkaar halen. Wat ik dan doe, is er een vraag over stellen en de antwoorden meten door er stapeltjes van te maken. Vervolgens vraag ik de groep welk antwoord het beste is. Op deze manier sporen we verschillende soorten denkfouten op.”

Kwaliteitsbesef en feedback

Wat ook helpt volgens de methode van formatief handelen, is het bijbrengen van kwaliteitsbesef. “Je kunt wel uitleggen hoe een goede infographic eruitziet, maar je kunt het veel beter visueel inzichtelijk maken door een goede en slechte infographic naast elkaar te leggen. Uiteraard voordat ze er zelf mee aan de slag gaan”, benadrukt Thijs.

Tot slot is er werken met feedback. “Leerlingen krijgen wel feedback, maar vaak pas aan het einde van de les of als afsluiting van een opdracht. Dan doen ze er niks meer mee en gaat de feedback verloren. Je kunt beter van tevoren feedback geven. Bijvoorbeeld door briefjes met het antwoord op een examenvraag te verzamelen. De volgende les bespreek je dan klassikaal wat je opvalt. In plaats van het daarbij te laten en naar het volgende onderwerp te gaan, laat je ze die feedback toepassen bij een nieuwe examenvraag.” 

Helpen

De strategieën die Thijs toepast, deelt hij met scholen in heel Nederland. “Vrijdag kijk en maak ik video´s en lees ik veel over formatief handelen, donderdags reis ik door het land. Van Zwolle tot Gouda”, zegt hij. “Er is veel behoefte aan nascholing op dit gebied. We hebben een grote wachtlijst. Laatst zei een docent van in de zestig tegen me: ‘Ik sta veertig jaar voor de klas en krijg nu eindelijk een cursus waar ik iets mee kan.’”

Uiteraard gebruikt hij zijn kennis ook op het Christelijk Lyceum zelf, waar hij samen met 21 andere docenten een platform vormt waarbij ze didactische instrumenten en ideeën uitwisselen. Maar ook andere Apeldoornse scholen weten hem te vinden. “Ik zat recent met vakdocenten, schoolleiding en andere betrokkenen om tafel op Veluws College Walterbosch”, vertelt hij. “We hebben gesproken over welke kansen we zien rondom het formatief handelen in de bovenbouw.”

Daar heeft Thijs wel een idee bij. “Walterbosch geeft vrij veel toetsen met weging nul. Het gevolg: leerlingen doen hun best niet en docenten hebben veel nakijkwerk. Dat is een veelgemaakte denkfout: dat je formatief handelt als je tijdens lessen alvast een proeftoets geeft. Je kunt beter één vraag stellen en dat analyseren. Pas als je weet dat leerlingen voldoende kans hebben gekregen om de stof te beheersen, ga je over tot een beoordeling.”

De tijd geven 

Dat je formatief handelen niet van de één op de andere dag in de vingers hebt, snapt Thijs als geen ander. “Het vergt een andere manier van denken. Bij mij duurde het ook even. Geef jezelf een jaar of vijf de tijd om het eigen te maken.”

foto: Christina Chouchena

Conferentie Brederwijs: veelzijdiger, persoonlijker en praktischer onderwijs

Hoe ziet de ideale school eruit? Als je echt even mag dromen? En hoe gaan we dit vervolgens concreet maken? Deze vragen stonden onder andere centraal tijdens ons eerste Brederwijs congres op 7 maart in Apeldoorn. Dat het onderwijs veelzijdiger moet worden, is duidelijk. En als Veluwse Onderwijsgroep, met tien scholen voor voortgezet onderwijs en zestien basisscholen, hebben we de unieke mogelijkheid om dit ook écht voor elkaar te krijgen.

 

Waarom Brederwijs?
In het basisonderwijs zien we allerlei verschillende onderwijsvormen op onze scholen: van Jenaplan tot Dalton en Montessori. Maar in het voortgezet onderwijs komen deze, of andere onderwijsvormen, nauwelijks terug. “Waarom is dit zo?” vraagt Bestuursvoorzitter van de Veluwse Onderwijsgroep, Patrick Eckringa zich af in de opening van de conferentie. Hij doet een oproep tot naïviteit om onbevangen nieuwe mogelijkheden te kunnen ontdekken. “Kijk naar het onderwijs met de naïviteit dat alles mogelijk is. Daarna geeft hij het woord aan directiesecretaris Marc Brakenhoff die zich hier, binnen de projectgroep Brederwijs, uitgebreid in heeft verdiept. “Jullie zien het ongetwijfeld ook: de nieuwe generatie kinderen en jongeren zijn niet meer op zoek naar een vaste baan. Zij willen zelf gaan ondernemen. Daarnaast zijn ze veel meer gericht op samen zijn en hebben ze veel oog voor duurzaamheid. Bij deze generatie hoort ander onderwijs; veelzijdiger, persoonlijker en veel praktischer. Hiermee zijn we aan de slag gegaan”, vertelt hij. “Tel hier het lerarentekort bij op en de noodzaak dat er iets moet veranderen wordt nog duidelijker. Door veelzijdiger en passender onderwijs te bieden, worden we namelijk ook een aantrekkelijke werkgever.”

Tien bouwstenen
Om deze nieuwe koers wat praktischer te maken, hebben we verschillende onderwijsvormen en -concepten verdeeld over tien bouwstenen. Meer uitleg over deze bouwstenen lees je in het kader hieronder. Met de bouwstenen willen we een sterk fundament bouwen voor het onderwijs in 2030. In de Sportfoyer gaat iedereen al snel rondom de tien statafels staan waar elke bouwsteen wordt besproken.

Praktijkgericht en persoonlijker onderwijs
De discussies komen meteen op gang. “Ik zie veel in het idee om veel meer praktische vaardigheden aan te gaan leren, in plaats van vooral de focus op de theorie. Dat komt bijvoorbeeld terug in de bouwstenen Profielschool, Vakcollege en Beroepscollege. Ook denk ik dat het belangrijk is dat scholen niet alleen onderling de samenwerking zoeken, maar ook met de gemeente en het bedrijfsleven”, reageert David Beij, relatiemanager Economische Zaken bij de gemeente Apeldoorn. “Het voortgezet onderwijs in Apeldoorn is heel traditioneel en elke leerling moet daarin zien te passen”, vertelt Charlotte Snorn.

College Tour
Het veelzijdige congres wordt afgesloten met een klapper: een interactief gesprek à la College Tour met Henk Hagoort (voorzitter van de VO-raad) en Henk ten Berge (wethouder Onderwijs bij de gemeente Apeldoorn). Er ontstaat een levendige discussie wanneer Henk Hagoort zijn droom deelt waarin leerlingen van elk niveau in de onderbouw van het voortgezet onderwijs bij elkaar in de klas zitten. Henk ten Berge: “Segregatie is niet alleen een probleem in de echt grote steden. Ook hier in Apeldoorn hebben we er in toenemende mate mee te maken. Daarom zijn inclusief onderwijs en kansengelijkheid speerpunten van ons als gemeente.”

Bekijk ook het videoverslag van deze middag:

De 10 bouwstenen in het kort:

Campus:
Een mini-maatschappij voor leerlingen van 0 tot 18 jaar. Een plek waar sport, cultuur, gezondheid, ISK en maatschappelijke partijen samenkomen. Er is veel ruimte voor stages.

Profielschool:
Een profielschool legt de nadruk op één specifiek element. Zoals sport, cultuur of wetenschap, DAMU (dans en muziek) of entreprenasium (ondernemend leren). Dit profiel komt overal terug in het onderwijs. 

Beroepscollege:
Hier leer je op alle niveaus (van praktijkonderwijs tot het vwo) door te dóen. Door allerlei soorten praktijkgerichte aanpakken krijgen leerlingen de ruimte om te ontdekken waar ze goed in zijn en wat bij ze past. Er wordt veel samengewerkt met bedrijven en instellingen. 

Vakcollege:
Het vakcollege staat voor het arbeidsmarktrelevant opleiden van vmbo’ers. Al vanaf het eerste leerjaar krijgen leerlingen 10-12 uur praktijkles per week.

Traditionele vernieuwingsschool:
Voorbeelden van traditionele vernieuwingsscholen zijn Dalton, Jenaplan en Montessori. Er is veel aandacht voor onafhankelijkheid, zelfontplooiing en vertrouwen. Leerling kunnen hun eigen taken en tempo kiezen en werken aan individuele ontwikkelingsdoelen. Er is veel aandacht voor reflectie op het leren en het sociaal functioneren. 

ISK instroompunt:
Dit is een school voor anderstalige leerlingen van 12 tot 18 jaar die de Nederlandse taal moeten leren. De focus ligt vooral op het taalonderwijs en het doel is dat leerlingen zo snel mogelijk doorstromen naar een reguliere school.

Onderbouwschool:
Een kleinschalige school, midden in de wijk. Het aanbod is breed en er zijn heterogene klassen. Er wordt samengewerkt met basisscholen uit de wijk zodat de overstap van po naar vo zo laagdrempelig mogelijk is.

Vernieuwingsschool Agora:
Bij deze school volgt elke leerling een eigen leerroute en wordt er veel samengewerkt met andere leerlingen. In een groep van maximaal 18 personen worden de leerlingen begeleid door een coach. Dit zijn heterogene groepen die de samenleving weerspiegelen. Leren gebeurt zowel binnen als buiten de school. 

Vernieuwingsschool tienercollege:
Op het tienercollege zitten leerlingen van 0 tot 18 jaar. Leerlingen kunnen niet blijven zitten en op ieder moment in- of uitstromen. Po en vo leerkrachten werken nauw samen en je kunt hier een vmbo basis tot en met vwo diploma halen. Er wordt zoveel mogelijk in vak- en groepsoverstijgende projecten gewerkt. 

Conventionele school:
De meeste lessen gaan in op een bepaald vak, zoals biologie, scheikunde of Nederlands. Lesmethoden zijn traditioneel. Beoordeling en voortgang is gebaseerd op gestandaardiseerde toetsen en examens. Leerlingen volgen een vast rooster volgens een vastgesteld tijdschema. 

Open dag

Op woensdag 3 april 2024 van 9.00 tot 12.00 uur staan de deuren van onze basisscholen open. Kom kennismaken, sfeerproeven en stel vragen aan leerkrachten, leerlingen en schoolleiders.

We ontvangen u graag bij ons op school. Benieuwd welke scholen ermee doen? Bekijk het overzicht.  Aanmelden is niet nodig!

Bezoek verschillende scholen
Een basisschool kiezen is een belangrijke beslissing. Wordt het een school in de buurt, een school met een bepaald onderwijsconcept of juist met een duidelijke identiteit? De open dag is de uitgelezen kans om kennis te maken met verschillende scholen.

Ook voor kinderopvang
Ook voor wie op zoek is naar een kinderdagverblijf, peuteropvang of buitenschoolse opvang is de open dag ideaal. Veel scholen in Apeldoorn werken namelijk nauw samen met kinderopvangorganisaties, die vaak ook gevestigd zijn in het schoolgebouw.

Een kijkje onder ons dak
De open dag heeft als thema ‘neem een kijkje onder ons dak’ en is een initiatief van de drie Apeldoornse schoolbesturen Leerplein055, PCBO Apeldoorn en de Veluwse Onderwijsgroep. Op basisscholenapeldoorn.nl staat een overzicht van alle deelnemende basisscholen. Ook is daar meer informatie over het toelatingsbeleid te vinden.

Terugblik Artificial Intelligence (AI) bijeenkomst en Tips hoe om te gaan met ChatGPT schrijfopdrachten

Of je nou wil of niet: Artificial Intelligence is hot. ChatGPT en aanverwante tools veroveren in een rap tempo onze maatschappij – en dus ook het onderwijs. Maar wat kun je ermee? En hoe ga je er op een verstandige manier mee om?

Maandagmiddag, kwart over drie. Docenten, IT-ers en ander onderwijspersoneel druppelen de aula van De Heemgaard binnen. Voorzien van een kopje koffie of thee nestelen ze zich tussen hun collega’s, wachtende op wat komen gaat. Hendrik van Zwol – alias ‘AI Magician’ kijkt vanaf een afstandje toe. Over een paar minuten is het podium van hem.

Nieuwsgierig

Eén van de aanwezigen vanmiddag is Katia Dias Goncalves, wiskundedocent op de KSG. “Waarom ik hier ben? Ik ben benieuwd naar de toepassingen van AI”, vertelt ze. “Hoe we het onderwijs kunnen verbeteren en wat de valkuilen zijn. Ik hoor dat sommige talendocenten er last van hebben.”

                        “Die AI-avatar: het is toch bizar dat dat kan?”   

Wie er in ieder geval geen last van heeft, is Sandra Bloemsma. De voormalig teamleider brugklassen en docente Nederlands op het Christelijk Lyceum, ziet vooral kansen. “Een collega liet me laatst de AI-avatar Suus zien en ik stond echt versteld: het is toch bizar dat dit kan? Zelf weet ik nog weinig van AI”, bekent ze. “Maar ik vind het wel belangrijk om aangehaakt te blijven en te weten hoe het werkt. En ik denk dat ChatGPT handig kan zijn bij het schrijven van beleidsstukken”, zegt de kersverse beleidsadviseur bestuursbureau van de Veluwse Onderwijsgroep.

Wondere wereld

Het filmpje waar Hendrik mee aftrapt, illustreert meteen hoe snel technologische ontwikkelingen kunnen gaan. We duiken in het recente verleden, waarbij mensen op straat de vraag krijgen of ze een mobiele telefoon hebben. ‘Nee joh, dat heb ik niet nodig. Ik heb thuis een antwoordapparaat’, is één van de antwoorden. Kun je het je voorstellen?

Terug naar het heden. Als je denkt aan AI, gaan je gedachten misschien al snel naar ChatGPT. Dat is ook niet zo gek, want dit online hulpmiddel had binnen twee maanden wereldwijd al 100 miljoen gebruikers. Ook docenten van de Veluwse Onderwijs Groep weten de tovertool te vinden: als Hendrik vraagt wie er weleens ChatGPT gebruikt in z’n werk, gaan er meerdere handen omhoog. “Bijvoorbeeld om voorbeeldvragen te maken”, klinkt het.

Leren prompten

Maar er is nog meer op AI-gebied. Veel meer. Denk bijvoorbeeld aan Midjourney: software die op basis van een tekstuele beschrijving de meest ingenieuze afbeeldingen genereert. Zoals voormalig bondskanselier Angela Merkel in de bouwhandel, Paus Fransiscus achter de draaitafel en de Britse koning Charles in de weer met potten en pannen. “Midjourney is niet zo gebruikersvriendelijk”, vertelt Hendrik. “Je kunt beter voor Adobe Firefly kiezen”, zegt hij, terwijl hij met een aantal zoekwoorden een snelle demo geeft. “Hoe goed het resultaat is, hangt af van de prompt (beschrijving) die je ingeeft. Maar dit geeft sowieso een hele andere dimensie aan vormgeving. Je kunt als architect aan de slag of je eigen kleding en schoenen ontwerpen. Misschien moeten we de leerlingen goed leren prompten”, lacht hij.

Vernieuwing & valkuilen

Dan zijn er nog tools die het leven van een docent makkelijker kunnen maken, zoals HeyGen, Gamma App en Microsoft Copilot. “In een klas heb je vaak te maken met meerdere culturen”, zegt Hendrik. “Met HeyGen kun je als leerkracht een video opnemen in verschillende talen, zonder dat je die talen zelf spreekt. Zo kun je anderstalige ouders beter bij het onderwijs betrekken. En met Gamma App draai je razendsnel goede presentaties in elkaar.” Microsoft Copilot heeft meerdere toepassingen, maar is ideaal als je veel mailt: in een handomdraai heb je automatische antwoorden voor je leerlingen ingesteld.

                                   “In hoeverre leren we kinderen kritisch nadenken?”

Het klinkt allemaal fantastisch, maar er zijn – uiteraard – kanttekeningen. Zo zijn er inmiddels al meerdere deepfakevideo’s opgedoken en is oplichting door middel van stemvervorming ook niet nieuw meer. Ook de arbeidsmarkt verandert: sommige beroepen verdwijnen óf krijgen een andere invulling. “En in hoeverre leren we kinderen nog kritisch na te denken?”, klinkt het twijfelachtig vanuit de zaal. “Wij moeten ze tenslotte voorbereiden op de maatschappij.”

Een andere vraag die naar voren komt, is hoe je omgaat met het beoordelen van scripties. “Straks krijgt iemand die ‘m zelf schreef een lagere beoordeling dan iemand die ‘m met ChatGPT schreef”, merkt een docent op. Hendrik raadt vooral aan om het gesprek in de klas aan te gaan. “Laat een leerling bijvoorbeeld vertellen wát hij dan aan ChatGPT heeft gevraagd. Of gebruik de uitkomsten van ChatGPT voor een discussie of verdiepingsslag.”

Samen doen

Dat laatste doet Wendy Kers al. Als decaan op het Mheenpark en Christelijk Lyceum pakt ze tijdens gesprekken met leerlingen regelmatig ChatGPT erbij. “Bijvoorbeeld voor een stukje bewustwording bij het maken van een studiekeus. Tijdens een open dag zie je vaak alleen de leuke kanten van een school of opleiding. Vraag je aan ChatGPT objectieve informatie over diezelfde school en opleiding, dan krijg je misschien een heel ander beeld.”

Kortom: ook binnen de Veluwse Onderwijsgroep verovert AI steeds meer terrein. “We gaan de ontwikkeling van AI niet stopzetten”, benadrukt communicatieadviseur Diana Looman. “Deze bijeenkomst is de start om hier binnen de Veluwse Onderwijsgroep mee verder te gaan. Dat moeten we samendoen.”

Ideeën hoe om te gaan met ChatGPT schrijfopdrachten in het onderwijs:

  • Mondelinge presentaties: Vervang sommige schriftelijke opdrachten door mondelinge presentaties. Dit beoordeelt het begrip van de leerling en communicatieve vaardigheden.
  • Open boek toetsen: Gebruik open boek toetsen waarbij leerlingen toegang hebben tot bronnen, inclusief AI. Focus op analyse, interpretatie en kritisch denken in plaats van op het onthouden van feiten.
  • Projectgebaseerd leren: Richt je op langdurige projecten waarin leerlingen onderzoek doen, een project ontwerpen en uitvoeren. Dit proces is moeilijker te vervangen door AI.
  • Peer review en groepswerk: Laat leerlingen elkaars werk beoordelen of samenwerken aan groepsopdrachten. Dit bevordert kritisch denken en samenwerking, vaardigheden die niet gemakkelijk door AI worden gerepliceerd.
  • Reflectieverslagen: Laat leerlingen reflecteren op hun leerproces, uitdagingen en hoe ze problemen hebben opgelost. Dit biedt inzicht in hun persoonlijke leerervaring.
  • Toepassingsgerichte vragen: Stel vragen die leerlingen dwingen om kennis toe te passen in nieuwe of hypothetische scenario’s, iets wat AI momenteel nog niet goed kan.
  • Praktijktests: Voer praktische examens uit waar leerlingen demonstreren hoe ze bepaalde taken uitvoeren of problemen oplossen.
  • Digitaal portfolio: Laat leerlingen een portfolio samenstellen van hun werk gedurende het jaar. Dit geeft een breder beeld van hun vaardigheden en groei.
  • Competentiegerichte beoordeling: Beoordeel leerlingen op basis van het bereiken van specifieke competenties of vaardigheden in plaats van traditionele toetsen.

Door deze methoden aan te nemen, kun je als school de nadruk leggen op vaardigheden zoals kritisch denken, probleemoplossing, en creativiteit, die minder gemakkelijk door AI kunnen worden gerepliceerd. Dit helpt bij een betere en volledigere beoordeling van de leerlingen.

In de kluis of thuis! Gymnasium Apeldoorn mobieltjes vrij.

📵 In de kluis of thuis 📵 Gymnasium Apeldoorn staat in de schijnwerpers vanwege een belangrijke verandering: sinds twee weken is het gebruik van mobiele telefoons op school niet meer toegestaan. “In de kluis of thuis”, dat is het nieuwe motto. De Stentor kwam langs voor een interview. Wat vinden de leerlingen en docenten van dit nieuwe beleid? 

Terwijl we als Veluwse Onderwijsgroep gezamenlijke waarden en doelen delen, is het boeiend om te zien hoe elke van onze negen voortgezet onderwijsscholen hun eigen unieke beleid vormgeeft, afgestemd op de specifieke behoeften en doelgroep van elke school. Als Veluwse Onderwijsgroep zijn we actief bezig met het onderzoeken van een evenwichtig beleid over het gebruik van mobiele telefoons in onze scholen.

Kerstmarkt een daverend succes!

Gisteren was de kerstmarkt van de Veluwse Onderwijsgroep. Afgaand op alle positieve reacties, kunnen we stellen dat het een groot succes was! De organisatie was tot in de puntjes verzorgd en veel collega’s hebben hun steentje bijgedragen in de oliebollenkraam, de bediening, als heuse zangeres, gastvrouw of -man of als kerstman.

De goede-doelen kraam voor Gambia!

Naast dat er een variatie aan kraampjes te bezoeken was, was het ook mogelijk het kerstgeschenk te doneren aan een goed doel: dit jaar was dat het Gambia-project van De Heemgaard.

Met eigengemaakte baksels en knutsels, de verkoop van souvenirs uit Gambia en losse donaties hebben leerlingen van De Heemgaard maar liefst €1370,– euro opgehaald.

Benieuwd naar de after-movie? Bekijk snel het filmpje hieronder! We kijken terug op een geslaagde eerste editie… op naar de volgende!

Fijne feestdagen! 🌟 🎉

linkedin.com/company/veluwse-onderwijsgroep/

facebook.com/veluwse.onderwijsgroep/

instagram.com/veluwseonderwijsgroep/